Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Kaila 6: Kaila past op Eddy

Ik ben al ruim een week stevig ziek, met hoge koorts, en in die periode is er een dag waarop Kaila niet van mijn zijde wijkt. De vierde dag van de hoge koorts, ligt Kaila naast me in bed en blijft de hele dag naast me liggen, ze beweegt zich niet. Als er iemand aankomt, tilt ze haar kop op en blijft liggen. Alleen voor uitlaten en eten, verlaat ze me even. Aan het einde van de middag krijg ik nieuwe antibiotica van de huisarts en die slaan meteen aan. De rest van mijn ziekte dagen is Kaila weer normaal, maar niet zoals die ene dag. Ik wil Kaila vragen wat er toen gebeurde bij haar.

M: Dag Kaila, het is alweer maanden geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Kunnen we weer een keer praten?
K: Ja graag. Ik mis onze gesprekken wel een beetje.
M: Sorry Kaila, ik heb niet zo het gevoel gehad, omdat we zo close zijn, dat we ook regelmatig moeten praten. Je mag me gerust daarop aanspreken als je behoefte hebt aan een gesprek.
K: Dat is OK. In het begin had ik veel behoefte aan bevestiging dat ik het goed deed, maar nu weet ik wel ongeveer hoe jij het wilt en hoe ik het wil. Zo zijn we wel een team. Maar je hebt een speciale vraag voor vandaag?
M: Ja, ik begin me nu weer een beetje beter te voelen, maar jij hebt bijzonder gedrag laten zien op een bepaald moment dat ik ziek was. Ik bedoel die ene dag dat je alleen maar bij mij in bed lag, naast mijn hoofdkussen en je week niet van mijn zijde, ook niet als er bezoek kwam. Dat was heel uitzonderlijk gedrag voor mij om te zien. Je gedroeg je als een professionele hulphond.
K: Ja, ik weet welke dag je bedoelt, maar kunnen we even pauzeren tot het vrouwtje haar eten op heeft en ik niet hoef te hopen tot ik iets krijg? Bij jou weet ik dat ik altijd wat krijg, maar het vrouwtje is daar strenger in, maar ik blijf hoop houden. Dus even wachten, dan kan ik me zo concentreren op ons gesprek.
K: De speculaas is op, dus we kunnen verder praten en ik kan me concentreren op jouw vraag. Over die ene dag, zoals je zei, jouw vierde dag met hoge koorts. Ik merkte dat het echt slecht ging met jou en dat er geen verbetering wilde optreden. Je was steeds verder uitgeput geraakt en dat zag ik aan je omvang. Dan bedoel ik niet je fysieke omvang, maar je lichtlichaam om je heen. Dat schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt.

Je lichtlichaam om je heen schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt

Door mijn lichtlichaam met die van jou te vermengen, kon ik het schrompelen stoppen. Dat was een belangrijke dag voor jou, want je ging veel te hard achteruit. Gelukkig ging het ’s avonds en ’s nachts meteen beter met je en zag ik de volgende dagen je lichtlichaam langzaam weer groeien en glans krijgen. Daarna had je mij niet meer nodig naast je en daarom was ik de dagen daarna weer veel vrijer om te zijn waar ik wilde zijn en dat hoefde niet meteen naast je te zijn. Maar die dag moest ik heel dicht bij je hoofd liggen en dat heb ik gedaan. Ik ben heel blij dat je weer beter gaat worden.
M: Dank je wel dat je dat voor me deed. Was dat noodzakelijk, was er een kans geweest dat ik dood had kunnen gaan?
K: Dat weet ik niet, dat is ook niet aan mij daar een oordeel over te hebben. Ik zag alleen dat ik je kon en moest helpen omdat het zo slecht met je ging en dat heb ik kunnen doen en daar ben ik blij om.
M: Dank je heel erg lieve Kaila, je bent een echte vriend en hulphond.
K: Graag gedaan.
M: Wil je nog iets zeggen Kaila?
K: Graag volgende keer iets eerder komen praten en ik zal je wel aan je broek trekken als ik een keer wil praten en je doet het niet.
M: Afgesproken.
K: Afgesproken.

211212

De (kerst)boom

Langs het weiland aan de IJssel staat een grote dennenboom. Hij staat tussen verschillende soorten wilgen, bramen en brandnetels.

“Ben je een vreemde eend in de bijt?” vraag ik de boom. “Welnee, ik sta te stralen,” hoor ik terug.

Ik grinnik, want ik vind ook dat de boom dapper en vrolijk staat te stralen. Als klein boompje was hij een jaar of twintig geleden bij ons in het schip terecht gekomen als kerstboom.

Tijd voor een terugblik… De boom laat weten in zijn jonge jaren beknot geweest te zijn en ik moet meteen denken aan het net wat altijd om een kluit heen zit. Binnen bij ons heeft hij het als benauwd ervaren, maar wel gewaardeerd.

Tot mijn schande moet ik zeggen dat ik destijds de boompjes nonchalant buiten zette na gedane dienst. Ik weet niet meer of het de buurman of ik was, maar een van ons kreeg medelijden en wilde de boom een kans geven door hem in de grond te zetten.

Ik vraag de boom terug te gaan naar die tijd en krijg door dat het koud was en dat de boom erg z’n best moest doen om te wortelen. Daar lijkt veel energie in gegaan te zijn. De boom geeft door dat hij standvastig wilde worden en daardoor de diepte in moest.

De omstandigheden waren niet passend bij zijn soort, merk ik. Maar dat schijnt de boom niet belet te hebben om te gaan wortelen. En ik krijg het idee dat hij contact heeft gelegd met de andersoortige bomen.

“Het overleven/samenleven gebeurt in de grond,” laat de trotse boom me weten. “Ik heb mijn plek gevonden en ik blijf standvastig.”

Nou, dat kan ik alleen maar beamen want deze dennenboom staat vaak wel twee maanden per jaar met wortels en takken onder water. Als dat geen overlever is…

Hyronimus 11: Hyronimus over klimaatverandering

Toen ik Hyronimus vroeg iets te vertellen over klimaatverandering en hoe dat voor de dieren uitpakt, had ik een gesprek verwacht in de zin van wat de consequenties zijn voor dieren. Zoals dat voor veel dieren hun voedselsysteem anders wordt en dat ze zich daar op moeten aanpassen. Maar het werd een heel ander verhaal …

M: Dag Hyronimus, daar ben ik weer. Kunnen we weer praten?
H: Altijd.
M: Dat blijft zo bijzonder dat je altijd weer beschikbaar bent voor een gesprek voor mij. Dank je wel hiervoor.
H: Dat wil niet zeggen dat ik geen verwachtingen van je heb in je inspanningen die je voor de dieren communicatie doet.
M: Dat weet ik wel en ik weet ook dat ik steekjes laat vallen. Maar ik heb een bijzondere vraag aan jou, die ik al een tijdje aan je zou willen stellen? Hoe kijken dieren en in het bijzonder jij aan tegen de optredende klimaatverandering?
H: Dat is een grote vraag, een hele grote vraag omdat het zoveel aspecten heeft. Het is volstrekt duidelijk dat de mens hier een bijzondere rol vervuld. En die rol is in deze gesprekken al vaker ter discussie gesteld. De mens meent te kunnen heersen over alles, over zichzelf, over alle wezens op Aarde, dus ook de dieren en de planten en het water en de grond. Kortom de mens probeert te heersen over de natuur. Maar de natuur is een op zichzelf staand evenwichtig ecosysteem. De mens begrijpt dat ecosysteem helemaal niet, zelfs niet een klein beetje en dat is teleurstellend als je ziet waartoe de mens technisch wel toe in staat is. Maar door dat totale minachten van de natuur als een gebalanceerd systeem, verstoort de mens dat systeem.

Jullie hebben je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild

Je kunt niet zonder de balans te verstoren een systeem vervuilen door emissies naar lucht, water en bodem. De CO2 uitstoot is niet het probleem, het is slechts een signaal. Natuurlijk heeft dat effect op de opwarming, maar het is het gevolg van een ingreep in een evenwichtig systeem dat uit balans is gebracht. Het is niet de oorzaak. Als jullie nu weer de CO2 gaan beperken maar jullie zelf niet veranderen, kun je misschien op den duur de opwarming afvlakken, maar het systeem is op vele andere manieren ook uit balans gebracht. Daarvan weten jullie mensen langzaam ook al wat meer. Jullie erkennen de problemen van de biodiversiteit en achteruitgang van de vele soorten, planten, schimmels en dieren. Maar erkennen jullie wel het belang van een gezonde bodem, waar jullie je voedsel op zouden moeten groeien? De afgelopen eeuw hebben jullie die bodem vergiftigt, zoals jullie dat ook met de wateren en zeeën en de lucht hebben gedaan. Dat wil zeggen dat jullie je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild hebben. Dan red je het niet met de uitstoot van verbrandingsgassen te reduceren. Jullie mensen moeten echt jullie nest opruimen en weer gezond maken. Dat is een hels karwei, maar ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan.

Ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan

Dat is nog een lange weg en tot die tijd zullen alle Aarde bewoners het zwaar hebben door de enorme onbalans die jullie de natuur hebben aangedaan en waarom de natuur nu weer een eigen balans aan het zoeken is. Daartoe gebruikt de natuur de opwarming, maar ook overstromingen en bosbranden en dode zeeën en pandemieën, enzovoorts.
M: Dat is een behoorlijk doemscenario dat je schildert.
H: Nee, dat is geen doemscenario, dat is oorzaak en gevolg. De oorzaak is al lang aan de gang, al zeker meer dan 100 jaar, en de gevolgen zijn ook al lang aan de gang, maar daar waren jullie lang blind voor. Nu zelfs de meest blinde mensen het kunnen zien, wordt er gesproken over wat er tegen te doen is. Jullie nemen daar lang de tijd voor en het zijn natuurlijk processen die een zeer lange adem vragen, maar je kunt het je niet veroorloven het voor je uit te schuiven. Je kunt het zien als een schip dat van koers is geraakt. Met wat bijstellen kun je het weer op koers brengen, maar die tijd is voorbij. De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden om weer op koers te komen. Daarom is het urgent om nu actie te ondernemen en meteen grootschalig.

De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden

Het bewustzijn van vele mensen is zover dat jullie acties zullen accepteren. En natuurlijk zullen er ook de nodige protesten zijn, maar het is onvermijdelijk dat er actie wordt ondernomen. Maak daar gebruik van op een eerlijke manier.
M: Dat was een grote les in nederigheid, wij kunnen de natuur niet beheersen en we zullen dus moeten leren met de natuur samen te werken. Dat is wat je zegt, niet waar?
H: Ja, dat is wat ik zeg en daarvoor zullen jullie je moeten inspannen om de natuur balans systemen te begrijpen. Op die manier kun je het meest effectief met de natuur samen werken. Die wetenschap is nog onontwikkeld. Daar moeten jullie je op richten, want het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen.

Het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen

M: Dank je wel Hyronimus voor deze zeer wijze les. Heb je nog iets toe te voegen?
H: Dat weet je wel.

210921

“Wij horen in de kringloop”

Iemand vroeg me om eens met coloradokevers te praten omdat ze daar behoorlijk last van heeft in haar volkstuin.

`Wij zijn nuttig! Waarom zo´n hetze?”, hoor ik meteen. “Wij zijn voedsel. Wij horen in de kringloop.”

“Ja maar…,” begin ik meteen de kant van de mens te kiezen, “jullie klonteren samen.”

“Als dat zo is, dan is het daar goed,” is het directe antwoord. Ik kan de groep dieren weer eens geen ongelijk geven.

Kennelijk ga ik wat heen en weer met mijn gedachten en beelden want de kevers vallen in: “Ja, vliegen, dat is fijn.” “We kunnen dan wel opgegeten worden,” komt het vlak daarna. “Wij zijn geen individu, dus op het geheel maakt dat niet uit.”

De diertjes gaan me wat snel, maar ik begrijp dat ze bedoelen dat op het geheel van de kevers een aantal opgegeten kevers niet gemist worden.

Ze zijn lekker in de vliegmodus en laten zien dat ze een nieuwe omgeving verkennen door ruiken en proeven. Om zo te ontdekken of die habitat goed is voor ze.

“En dan zenden we signaaltjes uit naar de anderen, die komen dan ook.”

Ze laten nogmaals weten dat een aantal van hen best opgegeten kan worden. Het gaat hen niet om het individu maar om het geheel. Ik laat heel bijdehand weten dat mensen ze graag kwijt zijn en ik laat gif zien. Dan hoeft van hen niet. Dat stopt hun levensproces en dan wordt het hele coloradokeverveld ‘een geest met gaten’.

De dieren hebben het weer voor elkaar gekregen om me haarfijn te laten voelen dat ook zij recht hebben op leven op deze planeet en dat, als alles in balans is, er ruimte is voor iedereen.

Gesprek met Olifant in China die met haar troep een wandeling maakte van 1700 km

M: Ik zou graag willen praten met de olifant in China die besloot met haar troep van 15 olifanten weg te trekken van haar habitat en een wandeling door bevolkt gebied te maken van 1700 km.
O: De vraag flitst naar mij toe en je kunt met mij praten. Ik heb het besluit genomen om deze zoektocht te ondernemen.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. De prangende vraag die ik heb is natuurlijk waarom besloten jullie om deze tocht te ondernemen?
O: Dat is heel duidelijk. We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken. Daardoor werd ons gebied kleiner en kleiner en op den duur is het dan te klein aan het worden voor alle olifanten die er wonen. Dus moet je naar nieuw gebied gaan zoeken en dat hebben we gedaan.

We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken

M: Was dat niet een heel moeilijk besluit? Je draagt de verantwoordelijkheid voor een hele groep die straks wel op een nieuwe plek moet gaan leven en daar ook moet kunnen overleven.
O: Natuurlijk was dat een heel moeilijk besluit en dat heb ik ook niet zomaar genomen. Ik heb zelfs met enkele leden van de groep al eerder langere uitstapjes gemaakt. Maar we hebben echt een gebied nodig van vele honderden kilometers en dat is er niet meer. Dus besloot ik met de hele groep op pad te gaan. Helaas zijn er enkele onderweg achtergebleven, die wilde niet met de troep mee, maar ook dat was een natuurlijk proces. Het waren twee mannetjes die de groep ooit zouden verlaten en dat hebben ze nu iets eerder gedaan.
M: Was het niet moeilijk om op pad te gaan naar het onbekende? En hoe kom je aan voldoende voedsel onderweg?
O: Natuurlijk was het een moeilijk om te gaan doen, dat had ik al gezegd. Maar als je gaat moet je de consequenties er van wel aanvaarden. En die zijn dat je misschien meer moet zoeken naar je voedsel en naar water. Wat heel onverwacht was, was dat we steeds door bewoond gebied liepen, gebied dat vroeger niet bewoond was en waar we een goede habitat gehad zouden hebben. Maar dat was nu niet meer zo. Onderweg is er ook vaak genoeg voedsel, doordat het bewoond gebied is, wordt er veel verbouwd en dat kunnen wij als voedsel gebruiken.

M: Daar zal de bevolking wel weinig plezier aan beleefd hebben dat jullie je tegoed deden aan de verbouwde gewassen.
O: We hebben de gebruikelijke problemen gehad met mensen, maar die problemen hebben we eigenlijk altijd als we te dicht bij de mensen zijn of eigenlijk moet ik zeggen als de mensen te dicht bij ons komen. Maar nu waren wij degene die de mensen blijkbaar opzochten. Echter hoe verder we kwamen hoe beroemder onze reis werd, waardoor we het ook weer makkelijker kregen. We kregen heel veel aandacht en daardoor werd er voedsel voor ons klaargelegd om ons in een bepaalde richting te kunnen sturen. Daar zijn we grotendeels in mee gegaan, waardoor de confrontaties met mensen eigenlijk uitbleven. We werden later beschermd en vertroeteld.
M: Maar ja, nu zijn jullie bijna weer terug bij af, en heeft dit dan nog wel zin gehad?
O: Ja, het heeft veel zin gehad. Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte. Dat dit probleem niet meteen is opgelost is duidelijk, maar we hebben het probleem duidelijk op de kaart gezet en hopelijk komt daar dan een oplossing voor. Misschien niet voor mijn generatie maar dan wel voor onze kinderen of kleinkinderen. Zo lang houden wij het nog wel vol. Daar ben ik niet bezorgd over.

Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte

M: Dank voor deze boeiende informatie. Wil je nog wat kwijt?
O: Jij ook bedankt voor dit gesprek omdat je hiermee weer aandacht geeft aan ons probleem. Dat is hard nodig.

210812

Hyronimus 10: dieren van een soort zijn niet allemaal hetzelfde

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Natuurlijk, ik ben bijna altijd beschikbaar.
M: Ik zou graag met je willen praten over het idee van de wetenschap dat we dieren niet te veel moeten vermenselijken, waarmee we bedoelen dat we dieren geen emoties moeten toekennen en niet te veel karaktereigenschappen moeten toekennen. Want volgens de wetenschap en dan moet ik zeggen vooral de Westerse wetenschap, zijn dieren een soort robotten die allemaal dezelfde eigenschappen hebben en dus geen verschillende karakters kunnen hebben.
H: Wat denk je zelf?
M: Ik denk daar heel anders over, maar wilde graag jouw mening horen om die aan de wereld te laten horen.

Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit.

H: Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit. Alle dieren zijn individuen, in verschillende graden. Sommige dieren, als bijvoorbeeld de eencelligen en microben en dat soort dieren, zijn nog voor het grootste deel een groep, nauwelijks een eigen individu. Maar zodra deze dieren verder ontwikkeld zijn in hun evolutie is het veelal hoe verder geëvolueerd hoe meer individu en hoe meer onderlinge verschillen tussen de dieren van hun eigen soort, verschillen in ontwikkelstadia en verschillen in karakter. Dat is een wetmatigheid. Door verschillende of door vele levens te leiden als een bepaald dier ontwikkel je als dier meer individuele eigenschappen. Bij jullie huisdieren merken jullie dat het beste, maar het geldt net zo goed voor de vrije dieren. Je hebt heel veel verschillende honden en katten gehad en merkte daarbij de enorme verscheidenheid aan karakters, dat is met vrije dieren net zo. Een klein voorbeeld heb je net zelf ervaren met jouw olifant die zich Tara noemt. Zij is duidelijk een olifant met een ander karakter dan de dieren in haar kudde.
M: Dus is jouw conclusie dat de wetenschap er totaal naast zit als ze zegt dat we dieren niet te veel menselijke eigenschappen moeten toedichten?
H: Nee, dat zeg ik niet. Jullie moeten dieren geen menselijke eigenschappen toedichten, maar veel dieren hebben eigenschappen die jullie mensen ook hebben, zo zit dat. Het zijn universele eigenschappen die mensen en dieren hebben. Daar kun je als mens geen claim op leggen door te zeggen dat het menselijke eigenschappen zijn. Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen. Maar het maakt natuurlijk minder indruk wanneer een worm zich opoffert voor een merel die wil eten, dan wanneer een mens zijn laatste drinken in de woestijn deelt met z’n kompaan. Terwijl de worm waarschijnlijk het grotere offer brengt.

Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen.

M: Ik begrijp je. Het is erg egoïstisch deze mooie universele eigenschappen alleen aan mensen toe te schrijven terwijl het universele eigenschappen zijn die minstens zo vaak voorkomen bij dieren als bij mensen.
H: Ik zou het iets anders uitgedrukt hebben, jouw manier van verwoorden is een typische manier van omschrijven vanuit het superieure menselijke denken. Ik zou zeggen het zijn universele eigenschappen die bij het leven horen en alles wat leeft heeft deze eigenschappen in meer of mindere mate, ook afhankelijk van je taak in het grotere geheel hier op Aarde.
M: Dank je wel, het is me redelijk duidelijk nu.
H: Graag gedaan, tot een volgende keer.

Een blinde labrador

M: Dag Labrador, ik zie je bijna dagelijks op jouw wandeling, wanneer ik ook met Kaila wandel. We hebben aan elkaar staan snuffelen en vanochtend vroeg ik je tijdens de wandeling of we konden praten. Nu is dat zover, wil je praten?
L: Ja, ik wil graag praten. Ik begrijp dat je wilt weten hoe het voor mij voelt om als blinde hond in het bos te wandelen?
M: Ja, dat wil ik graag van je weten. Ik zie je altijd heel stijf en voorzichtig lopen en ik zie je ook veel stilstaan en ik vroeg mij af of je nog wel voldoende levensvreugde hebt.
L: Zoals je gezien hebt ben ik een oude hond en ik ben bijna versleten, mijn botten zijn pijnlijk en daarom loop ik moeilijk. En natuurlijk ben ik blind, nou ja, niet helemaal, ik zie nog wel vaag licht en donker, maar ik kan zeker geen voorwerpen, bomen of mensen onderscheiden. Dat lukt niet meer. Zoals je aan mijn ogen hebt kunnen zien heb ik ernstige staar. Dat is niet pijnlijk, maar je ziet gewoon niet meer voldoende om gewoon rond te lopen. Mijn baas is zo lief om dagelijks met me te gaan wandelen, samen met mijn vriendje de zwarte labrador. We hebben een hele mooie tijd met z’n allen gehad, maar nu is het voor mij wel moeilijk. Toch klaag ik niet, ik geniet min of meer van de wandelingen. Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot. Het stil in huis liggen en slapen is heerlijk, maar mijn hoogtepunten zijn wel de wandelingen en als mijn baas me knuffelt. Dat knuffelen geniet ik buitensporig van maar dat kun je niet de hele dag doen. En dan de wandelingen. We gaan met de auto naar het wandelgebied. Daar tilt de baas me uit de auto, zoals hij me er ook eerst in heeft getild. Dan sjok ik een beetje achter de geur van mijn baas aan. Maar ik ben snel afgeleid, ook al omdat het lopen best wel pijnlijk is met mijn stramme ledematen. En dan blijf ik een tijdje staan en ruik aan een grasspriet of een bosje of aan bramen of iets op het pad. Maar dat ruiken is een smoes om het even rustig aan te doen. Mijn baas heeft dat heus wel door en die moedigt me aan om door te lopen. Maar dan draai ik mijn kop nog een keer naar een andere lucht en als het dan echt onvermijdelijk is, loop ik weer een stukje. Gelukkig heeft mijn baas dat geduld met me dat nodig is voor mij om vooruit te komen. En daar ben ik dankbaar voor.

Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot.

M: Dus je hebt nog wel duidelijk genoeg om voor te leven als ik jou zo hoor.
L: Ja, gelukkig wel. Ik geniet van onze zeer slome wandelingen en van mijn baas thuis. Mijn zwarte vriendje heeft wat minder geduld tijdens de wandeling, die wil altijd maar verder, maar hij geeft mij gelukkig wel de ruimte die ik nodig heb.
M: Ik ben blij dit allemaal van je te horen, dank je wel dat je me dit verteld hebt.
210708

Het resusaapje Dip die als proefdier gebruikt is

M: Dag Dip mag ik contact met je opnemen?
D: (heel boos) Ja, ik wil praten, dit is onacceptabel wat er gebeurd is.
M: Waarom ben je zo boos?
D: Dat zou jij ook zijn als je gewoon als aap geboren wordt en je daarna als proefdier wordt gebruikt om iets voor jullie te ontwikkelen en als we dat dan gedaan hebben, worden we als dank dood gemaakt.
M: Als je het zo verteld kan ik dat wel met je meevoelen. Maar het verhaal is natuurlijk wel wat genuanceerder.
D: Nou voor mij niet. Ik ben nu dood en jij niet, misschien wel dankzij mij. Dus ben jij ook schuldig aan mijn dood.
M: Lieverd, je bent wel heel kort door de bocht. Wil je wel praten of wil je je alleen maar afreageren? Dat mag ook, maar ik ben ook heel benieuwd naar hoe jij dit proces de afgelopen maanden gevoeld hebt.
D: Ja ik ben boos, maar als ik probeer reëel te zijn wil ik toch wel graag met je praten. Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

Want de mensen moeten dit weten, wat wij allemaal voor jullie doen.

M: Zullen we bij het begin beginnen?
D: Ja. Ik ben geboren in een familie van resusapen die in principe zijn voorbestemd als proefdieren. Dat betekent dat we in kooien geboren worden, we leven wel in familie verband, maar regelmatig worden er familieleden uitgekozen om als proefdier ergens voor gebruikt te worden. En wat ik nu weet is dat een ondankbare taak want nadat ze proeven op je hebben genomen, wordt je gedood en uit elkaar gehaald en wordt ieder stukje van je lijf bestudeerd.


M: Heb je daar moeite mee?
D: Nee, eigenlijk niet. Ik wist toen ik hier naar toe kwam wat me te wachten stond. Mijn keuze om een proefdier aapje te worden heb ik zelf gemaakt. Dat betekent dat je niet in het wild opgroeit maar dicht bij de mensen, dat biedt mogelijkheden voor je toekomstige ontwikkeling als individu bij een volgende geboorte. Dus de keuze om als proefdier geboren te worden was een eigen keuze. Daar staat dus een veel snellere ontwikkeling tegenover dan wanneer je als vrije aap ergens terecht komt. Het feit dat wij ons vrijwillig opofferen is een belangrijk deel van onze taak hier in dit leven.
M: Dan is er toch geen reden om boos te zijn?
D: Ja en nee. Natuurlijk wil je het liefst als vrije aap leven, ergens op een plek waar het leven goed is en waar we niet steeds worden gemarteld voor onderzoek. Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan. Ik had ook kunnen kiezen om als aap kunstjes op markten te doen, dan ben je ook dicht bij de mensen en dat geeft je ontwikkeling een boost. Maar het gaat om de ultieme opoffering en dat doe je als proefdier. Dus ik wist dat dit mijn lot zou zijn, maar ik ben boos omdat ik me verraden voel. Proefdieren zijn niet nodig, het kan ook anders, zonder er dieren voor dood te maken en met toch min of meer dezelfde resultaten, alleen zal de mens dan zelf wat meer risico’s moeten nemen of het onderzoek wat veiliger uitvoeren. Nu wordt er op een goedkope manier gebruik, zeg liever misbruik, gemaakt van ons en dat is alleen maar voor het geldelijke gewin als het ook anders had gekund. Maar goed ik heb mijn punt wel gemaakt denk ik.

Maar er zijn nog steeds proefdieren in jullie wereld, jullie menen dat dat nodig is en zolang zullen ze blijven bestaan.

M: Ja, je bent duidelijk. Toch heb ik nog een vraag aan je. Hoe heb je jouw leven ervaren als proefdier?
D: In eerste instantie was het best een goed leven. Gezamenlijk in de groep met lieve mensen om me heen die ook echt van ons dieren houden, dat voel je. Het zijn geen martelaren onze verzorgers en de wetenschappers die met ons werken. Maar dan komt het moment dat je ‘uitverkoren’ wordt. Dat is een eer, maar ook het begin van een moeilijke periode waarin we heel veel ellende moeten verdragen. Veel prikken en veel bloedafnames en veel onderzoeken, waarbij we soms verdoofd zijn, maar zeker niet altijd. Wel zijn de mensen erg zorgvuldig met ons. Er gaat wel eens iets mis, maar dat is niet de bedoeling en je hebt echt een heel ander leven dan die varkens die alleen maar voor hun vlees gefokt worden. Vanaf je eerste moment dat je nu echt proefdier bent geworden is het leven zwaar. De besmetting in mijn geval was ook niet fijn maar wel begrijpelijk. Je begint je dan wel ziek te voelen, maar het is dragelijk. Maar de mensen om je heen zijn ineens geen mensen meer maar een stel enge pakken. En de mensen proberen hun gevoelens voor je ook te onderdrukken, misschien omdat het hen ook pijn doet, maar wij voelen ons dan juist erg verlaten. Maar het oneerlijkste vind ik dat je als dank voor je bewezen diensten gedood wordt. Dat zou niet moeten mogen. We hebben ons al voor de wetenschap opgeofferd en zouden dan eigenlijk van onze rust moeten mogen genieten. Dat was helaas niet zo, tenminste niet in levende lijve. Nu hebben we wel rust, maar toch mis je die interactie met anderen, ook met mensen.


M: Dank je wel dat je dit met me wilde delen, heel erg bedankt. Wil je nog iets zeggen?
D: Jij ook dank je wel dat je naar mij informeerde, ik moest dit wel even kwijt.
Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant van zaterdag 10 juli 2021 waarin twee resusaapjes Chip en Dip als proefdier werden gevolgd in het kader van dierproeven om het coronavirus te testen, heb ik contact gezocht met Dip die me bovenstaand verhaal vertelde. De drie foto’s zijn overgenomen uit het artikel van De Volkskrant. 

210713

Moeder overste van de olifanten vertelt – 2

M: Dag Tara, kunnen we weer samen praten?
T: Ja Eddy, dat is prima. Het is hier rustig en de kudde zit goed in z’n vel, dus ik heb ook lekker rust op de savanne. Wat wil je weten?
M: Kun je me iets vertellen over jouw weg om de leider van jouw kudde te worden en hoe jullie nu leven?
T: Dat kan wel. Ik werd uiteraard als klein olifantje geboren, maar mijn moeder was de dochter van de leidster en daardoor had ik al een bijzondere positie. Ik werd zogezegd als klein olifantje al opgevoed om later een soort moeder overste te worden.
M: Wat grappig, betekent dat dat er bij jullie een soort boven en onder clan was en dat er standen verschillen zijn?
T: Nee, eigenlijk niet. Ik ben als gewoon olifantje groot gebracht door de hele kudde en had niet meer respect dan ik zelf verdiende. Maar er komt zoiets bij als gave om een leider te worden en blijkbaar beschik ik over die gave en werd dat al vroeg bij mij erkend. Daardoor kreeg ik geen speciale behandeling, maar kreeg ik wel extra lessen. Mijn moeder is nooit leidster geweest, maar ik ben, niet als enige anderen, wel in een vorm van opleiding terecht gekomen om leidster te kunnen worden. Dan gaat het er daarna om dat je wijsheid ontwikkelt. Met die eigenschappen, leider eigenschap en wijsheid, heb je alles in je om leidster te kunnen worden. Wie het dan uiteindelijk wordt, wordt bepaald wie alle jaren goed overleeft en wie dat op een slimme manier doet. Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

Het zou ook wel dom zijn om slechts één potentiële leider op te leiden, die dan voordat ze leidster kan worden helaas sterft van de droogte of vanwege stropers of wat dan ook.

M: Ja, dat begrijp ik heel goed, dat is een verstandige manier om met alle risico’s die het leven met zich mee brengt om te gaan.
T: Dat is in het kort mijn verhaal. Ik zou er nog wel dieper op in kunnen gaan als je wilt.
M: Dat zou ik leuk vinden.
T: Spoorzoeken is een belangrijk deel van ons bestaan. We zwerven altijd rond over savannes en het is niet altijd het beste weer. Soms is het te lang heel droog en soms is het erg winderig waardoor alles ook uitdroogt. Dus voor ons is erg belangrijk dat we goede plekken, als water plekken of beschuttingsplekken of plekken waar stropers veel komen, goed kunnen herkennen. Dat doen we door spoorzoeken. Je kunt niet alleen af gaan op je visuele waarnemingen, want als je na een jaar weer ergens op dezelfde plek terug komt, kan het er anders uitzien. Bomen en struiken kunnen groter zijn of er niet meer zijn. Rivierbeddingen kunnen opgedroogd zijn of verplaatst. Zelfs glooiingen in het landschap kunnen veranderd zijn. In die omgeving is het best wel een kunst om je eigen sporen steeds terug te vinden en de goede plekken te onthouden en vooral weer terug te vinden als je er 100 km vandaan bent bijvoorbeeld.
M: Dat begrijp ik. Dat spoorzoeken is zo ongeveer het belangrijkste om goed te kunnen om te overleven.

We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders.

T: Nou dat niet alleen, al is het wel heel belangrijk en wij leiders doen dat voor een deel visueel, maar dat is niet genoeg, dus ook op geur, maar daar red je het ook niet helemaal mee na een lange periode. We hebben daar ook onze aansluiting met het eeuwige mee, jij noemt dat soms het veld en soms iets anders. Maar met die aansluiting kunnen we ook communiceren en dat helpt ons ook om de weg te vinden. Maar naast het belang van spoorzoeken is het ook heel belangrijk dat je sociale vaardigheden hebt. Hoe ga je om met ruzie in de tent? Hoe ga je om met lastige stieren die steeds weer last van hun hormonen krijgen en dan moet je ze weer weg sturen. Maar het is ook belangrijk dat je over het nageslacht waakt, daar heb je de stieren weer voor nodig. Zoals je ziet is het leiden van een groep best wel een stevige klus. En ga nu maar alles wat ik verteld heb proberen te controleren om te weten of het juist is. Of doe je dat niet?
M: Ja, natuurlijk doe ik dat. Ik heb ook voor mezelf steeds de bevestiging nodig dat wat ik doe bestaat, dat het werkelijk is en dat ik niet gewoon erg veel fantasie heb. Dus zal ik het wel moeten controleren, maar dat zal niet eenvoudig zijn. Maar ik ga mijn best doen. Dank je wel weer voor de uitgebreide informatie die je me gaf.
T: Tot een volgende keer.

210506

Moeder overste van de olifanten vertelt – 1

M: Dag moeder olifant, is het mogelijk om met elkaar te communiceren?
T: Dat kan, we waren al enkele dagen contact aan het maken en ik ben blij dat je nu de tijd neemt om nader kennis te maken.
M: Ik zal me netjes voorstellen. Ik ben Eddy Mulder en probeer via communicatie met dieren, de wereld van de dieren zelf te begrijpen, maar ook om dat voor andere mensen dichterbij te brengen, zodat mensen meer begrip gaan opbrengen voor dieren.
T: Dat is een heel goed streven van jou en daar zal ik je graag bij ondersteunen. Wat wil je weten?
M: Zou jij je ook willen voorstellen en wat over je achtergrond willen vertellen?
T: Oh, natuurlijk. Ik ben een grote olifant en woon in een land dat jullie Botswana noemen. Ik ben een inheemse soort en inmiddels al behoorlijk op leeftijd. Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

Met de jaren ben ik ook de leider van onze kudde geworden, die momenteel uit ca. 13 olifanten bestaat.

M: Heb je ook een naam?
T: Jullie mensen toch altijd met die namen, maar je mag mij Tara noemen, een bekende olifant uit jullie kinderboeken.
M: Ik vind het leuk om dieren naar hun namen te vragen, ook al vinden jullie dat vaak niet zo belangrijk. Maar door iets of iemand een naam te geven, wordt het persoonlijker. Je kunt gemakkelijker een band aangaan met een dier met een naam dan zonder naam.
T: Als dat voor jullie zo werkt, vind ik dat prima.
M: Kun je nog wat meer over jezelf vertellen en over de omgeving waar je leeft?
T: Zoals gezegd, ik ben een oudere olifant en daarmee leider van onze groep. We leven op de savanne van Botswana, een goed land om te wonen omdat wij dieren hier in principe beschermd worden. Onze kudde, en de meeste andere dieren ook, leven in de Okavangodelta (sorry, ik moest dit opzoeken en had het fonetisch opgeschreven). Het is een goede plek om te leven, maar soms hebben we behoorlijk last van de droogte. Maar ik weet meestal wel waterpoelen te vinden of kan in nood water opgraven. Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden. Onze grootste vijanden zijn de stropers. Vaak komen ze uit buurlanden want in Botswana zijn veel zaken best goed geregeld. Daarom proberen we zoveel mogelijk in Botswana zelf te blijven, maar soms steken we wel grenzen over. Voor ons bestaan geen grenzen, het zijn kunstmatige lijnen die niet echt bestaan in het landschap. Is dat voorlopig genoeg informatie?

Dat is het voordeel van de leiders, we beschikken over bijzondere gaven waardoor we een kudde goed kunnen leiden en begeleiden.

M: Wel heel veel, maar ik ben toch nieuwsgierig, dus heb ik nog wel enkele vragen. Botswana is een land dat zijn natuur goed beheert en beschermd, daarom komen ook veel toeristen op safari naar jouw land. Wat vind je daar van?
T: Ik heb geen enkel bezwaar tegen kijkende toeristen. Zolang ze ons onze gang laten gaan en alleen op afstand naar ons kijken, voel ik me niet bedreigd en dus is de kudde ook niet bedreigd. Het wordt anders wanneer sommige mensen heel lawaaiig worden en rare streken uithalen om maar zo dicht mogelijk bij ons te komen. Dan treed ik op en laat weten dat ik daar niet van gediend ben. Maar als eerste lopen we dan gewoon verder, maar soms begrijpen mensen ons dan niet en komen ze achter ons aan en vallen ons echt lastig. Dat wil ik niet en moet ik de groep beschermen.
M: Dank je wel voor de vele informatie. Kunnen we contact houden en kan ik af en toe met je praten?
T: Dat lijkt me wel leuk. Hou je taai en blijf door gaan met je goede werk.

210421