Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Een vuurwerkslachtoffer

Een vriend van me stuurde deze foto op. Te zien is een dode ree, in een onnatuurlijke houding. Wat zou hier gebeurd zijn? Mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik wilde dus met het reetje praten. Hierbij het verslag van ons gesprek.

M: Dag ree, je ziet er niet best uit op mijn foto en ik vroeg me af wat er met je gebeurd is. Wil je met me praten?
R: Dat hang er vanaf wie je bent en wat je wilt?
M: Daar heb je groot gelijk in. Ik ben Eddy … en ik wil met dieren communiceren om te proberen te begrijpen wat dieren bezig houdt en in jouw geval wil ik begrijpen hoe het komt dat je gestorven bent, terwijl je een gezonde en jonge indruk maakt.
R: Dat klinkt fair en ik wil best met je praten. Vraag maar.
M: Waar leefde jij en hoe zag dat leven eruit?
R: Ik leefde ongeveer in het gebied waar ik gevonden ben, maar dan uiteraard in een veel groter gebied. Wij leefden in een kleine groep jonge reeën en liepen rond in een gebied van circa enkele vierkante kilometers. Soms was ons gebied wat groter en soms weer wat kleiner. Afhankelijk van waar we welk voedsel konden vinden. We genoten erg van onze vrijheid, rondtrekken van de ene plek naar de andere beschutte plek. Die beschutting is van groot belang, naast voldoende voedsel. Overigens is dat voedsel nauwelijks een probleem, er is genoeg groen voor ons om van te leven. De beschutting is lastiger in een wereld waarin er steeds minder rustige plekken zijn. Maar gelukkig hebben wij een relatief rustige omgeving. (De ree werd gevonden in de bossen van Valkeveen, ’t Gooi, een hele groene omgeving).
M: Dat klinkt als een goed leven.
R: Dat was het ook. Ik was nog jong en al wel vrij, onafhankelijk van mijn moeder en andere dieren. Dat betekent dat ik heel veel kon rondtrekken en ik ben ook op veel plaatsen geweest. Nu in de winter zijn we in een klein groepje gaan trekken, dat was eenvoudig mogelijk en we verdroegen elkaar goed.
M: Wat is er dan mis gegaan?
R: De laatste tijd waren er steeds overal knallen en bommen, waar wij angstig voor zijn. Dus verbleven we in de rustigste gebieden die we kennen. Maar op een gegeven moment werden er vlakbij ons bommen gegooid en daar zijn we voor weggevlucht. Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven. Maar dat is me niet gegeven in dit geval.

Bij dat in paniek vluchten heb ik even niet goed opgelet, waardoor ik tegen een raam ben aangelopen en daarbij ben ik overleden. Helaas, want ik had nog wel lang willen leven.

M: Wat naar dat je voor ‘bommen’ hebt moeten vluchten. Dat is waarschijnlijk vuurwerk geweest, maar ik begrijp dat jij dat bommen noemt, want sommige knallen zijn zo hard dat het wel bommen lijken. Had je je rustgebied dan verlaten?
R: Nee, beslist niet, want het was al dagen onrustig, maar steeds op behoorlijke afstand. Maar de bommen werden vlakbij ons gegooid, daarom moesten we ook in paniek vluchten.
M: Werden die ‘bommen’ dan in jullie bos waar jullie je schuilhielden afgestoken?
R: Ja, het was echt heel dichtbij en daarom moesten we vluchten.
M: Wat afschuwelijk. En daarbij ben jij dan omgekomen. Hoe voelt het nu als overleden ree?
R: Raar, ik had graag nog een tijdje willen blijven leven, maar nu ik dood ben en langzaam oplos in de groep, kan ik daar wel weer vrede mee hebben. Met wat geluk kan ik binnenkort weer een nieuwe keuze maken om ree te worden.
M: Dank je wel voor je verhaal. Wil jij nog wat zeggen tegen mij?
R: Waarom maken mensen deze bommen en waarom gebruiken ze die?
M: Dat zijn goede vragen en daar kan ik alleen maar op antwoorden dat het een traditie van mensen is om met de overgang van het ene jaar naar het andere jaar vuurwerk af te steken.
R: Wat is er zo bijzonder aan de overgang van het ene jaar naar het andere? De ene dag is toch hetzelfde als de andere dag? Alleen veranderen de dagen heel langzaam met de seizoenen, een andere verandering kan ik me niet voorstellen.
M: Ja, dat is een kunstmatige overgang in onze telling van de dagen en ik begrijp dat zoiets voor de dieren geen betekenis heeft.
R: Die betekenis is er alleen inzake de verandering van de seizoenen omdat zoiets met ons eten, onze beschutting, onze temperatuur en onze voortplanting te maken heeft.
M: Ik begrijp dat het voor jullie heel anders is. En ik hoop dat wij mensen gaan leren rekening te houden met de dieren als we een feestje willen vieren omdat we blij zijn dat er een nieuw jaar is gekomen.

Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren.

R: Jullie moeten sowieso leren meer rekening te houden met ons dieren. Want onze leefgebieden worden steeds verder beperkt. Jullie moeten overal bouwen, wegen aanleggen en rondlopen of fietsen. Dat verstoort ook onze rustgebieden. En natuurlijk zijn er gebieden waarin we elkaar tegen komen, geen probleem, maar laat ons onze rustgebieden alsjeblieft houden.
M: Je hebt gelijk en dank je wel voor dit gesprek.
R: Graag gedaan.

220112

Hyronimus 13: Alles wat bewustzijn heeft kun je mee communiceren

Nu ik tijdelijk even voor Piek waarneem, heb ik niet altijd een nieuw gesprek beschikbaar. Ik grijp dus terug op oude gesprekken en aan materiaal geen gebrek. Ik  heb bijna 200 A4-tjes vol met uitgeschreven gesprekken met dieren. Het hier nu volgende gesprek had ik begin 2021 met Hyronimus.

M: Dag Hyronimus, mag ik weer met je praten? Ik ben me er van bewust dat het heel lang geleden is en ik durf het bijna niet te vragen, maar mag het weer?
H: Ik ben blij dat je schuldbewust bent en ik heb ook wel begrip voor je dat het zolang geduurd heeft, maar ik ben er niet blij mee. Waar ik wel blij mee ben is dat je een mooie artikelen serie hebt gemaakt over de grote grazers in de Oostvaardersplassen en ik hoop dat het in een grote belangstelling gaat komen want dat is nodig. En dat jullie nu een Nieuwsbrief zijn begonnen is ook heel goed. Dus genoeg positiefs te melden, ondanks dat wij niet met elkaar hebben gesproken. Misschien ben je ook meer op eigen benen gaan staan, hoewel ik nog steeds je begeleider kan zijn als je wilt.
M: Ja, dat laatste wil ik heel graag.
H: Dan zul je misschien toch meer je best moeten doen en er meer tijd in steken. Misschien moet je naar dagelijks een klein half uurtje toe gaan en met verschillende dieren spreken, want zoals je weet ‘oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren en wordt het onzin wat je spreekt met de dieren omdat je hun intentie niet meer goed onder woorden kunt brengen.

‘Oefening baart kunst’ en als je niet oefent, kun je geen kunst baren

M: Ik zal proberen het weer beter in te plannen, heb echter moeite met mijn tijd goed te verdelen. (Is nog steeds een probleem voor mij)
H: Zoals zo vaak heb ik je aangeraden keuzes te maken met wat je belangrijk vindt. Je kunt niet alles blijven doen.
M: Maar dat wil ik wel en dus probeer ik wel alles te doen.
H: Ja, jouw keuze.
M: Zijn er nieuwe ontwikkelingen waar je me over wilt spreken?
H: Eigenlijk wel. Wat jij probeert met een baby te doen is wel weer nieuw voor je. Maar zoals je ziet kan dat heel goed en dat zou je ook kunnen doen met alle andere mensen. Dat vraagt meer oefening, want op deze wijze praten met mensen vraagt niet alleen een open instelling aan jouw kant, maar ook aan de andere kant. Met baby’s lukt dat probleemloos, maar met kinderen ouder dan een jaar of twaalf wordt het al moeilijk en met volwassenen is het nauwelijks mogelijk omdat die zich hebben afgeschermd voor dit soort communicatie. Er zijn weinig mensen waarmee je op deze wijze kunt communiceren omdat ze niet geloven dat het kan. En dan kun jij wel contact leggen, maar je kunt ze niet zover krijgen dat ze antwoorden omdat ze dat niet kunnen. Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest. Daarom kun je wel met dieren praten, want die doen dat zelf ook heel veel op deze manier en zodra ze in jou iemand herkennen die dat ook kan, staat nagenoeg de hele dierenwereld voor je open.

Als je gelooft dat iets niet kan, dan kan dat ook niet. Dat is de beperking van de geest

M: Dus eigenlijk zeg je beperk je tot de dieren?
H: Nee dat doe ik niet. Alleen wil ik je helpen te begrijpen dat wat jij kunt met dieren en misschien ook met baby’s, niet vanzelfsprekend ook met mensen, volwassenen gaat. Maar je kunt ook communiceren met planten en bomen, dat heb je al eerder gedaan en je kunt ook overwegen contact te zoeken met wolken of de grond onder je voeten. Alles wat bewustzijn heeft, is in principe beschikbaar om mee te communiceren. En veel volwassenen hebben wel bewustzijn, maar weten niet dat er iets anders is dan alleen het fysieke lichaam en kunnen zich niet zo snel voorstellen dat je ‘door de lucht’ kunt communiceren, terwijl het eigenlijk een eenvoudig principe is.
M: Nou ik geloof dat je me weer voldoende inspiratie hebt gegeven om weer een tijdje voort te kunnen.
H: Mooi, maak er gebruik van en bedenk dat je weer echt aan de bak moet gaan. Niet voor mij, maar voor jezelf. Je moet je ontwikkelen en dat is op de plek waar je nu woont moeilijker omdat je veel minder omringd bent door de natuur waar je wel in thuis hoort. Succes verder en tot binnen kort.

210215

Kameel bij de pyramides van Gizeh

Enkele jaren terug was ik uitgenodigd om op een congres in Egypte te spreken en als je er dan toch bent wil je de pyramides van Gizeh weer een keer bezoeken, ze blijven heel indrukwekkend. Ik was nog nooit per kameel naar de pyramides geweest, dus koos ik daar nu voor. Maar achteraf dacht ik: we zouden toch niet meer meedoen aan het uitbuiten van dieren en dus had je ook niet op die kameel mogen gaan zitten. Zoals we zoveel van die schattige dier foto’s kunnen maken ten koste van de dieren die worden uitgebuit, misbruikt en slecht behandeld. Dus zit er voor mij niets anders op dan het de kameel zelf te vragen hoe hij dat ziet.
M: Dag kameel, we hebben elkaar ontmoet een tijdje terug. Je zult je mij niet meer herinneren, maar ik heb een foto van je, zoals zo velen, maar ik wil met je praten.
K: Wie wil daar wat?
M: Ik ben Eddy … en vind het leuk om met je te praten en te horen hoe jouw leven is. Wil je daar wel iets over vertellen?
K: Waarom zou ik dat doen?
M: Maak je geen zorgen, ik wil gewoon weten hoe jouw leven is en ik ben niet van plan om me te bemoeien met hoe je samen met je baas leeft, daarvoor ben ik veel te ver weg.
K: OK, dan is het goed, want ik heb een hele lieve baas en ik wil niet dat je daar tussen komt.
M: Wat klinkt dat lief, ik hou nu al van je. En ik kijk naar je foto, je hebt een lieve glimlach.
K: Dat is lief van je dat je dat zegt. Dat zegt mijn baas ook vaak tegen me.
M: Goed om te horen dat je zo’n fijne baas hebt, daar ben ik heel blij om. Maar kun je me iets vertellen over je leven bij de pyramides?
K: Wij wonen vlakbij de pyramides, ’s nachts sta ik op een stukje straat waar meer kamelen staan. Ze hebben het niet allemaal zo goed als ik. Ik krijg goed te eten, voor mijn baas is dat heel belangrijk en omdat hij zo goed voor mij zorgt, doe ik de dingen voor hem.

M: Zoals toeristen op je rug nemen of op de foto met vreemde mensen?
K: Ja, dat klopt, maar dat is best wel leuk, soms niet. Maar meestal moet ik dan knielen en stappen ze op mijn rug en mag ik weer opstaan. Maar de manier waarop een kameel opstaat is voor veel mensen een grote verrassing en dan gillen ze of zo. Sommige worden echt bang en dat vind ik eigenlijk vervelend, ik wil mensen graag blij zien. Na afloop is bijna iedereen blij, sommige slechte mensen schoppen me, maar dat komt niet vaak voor. Mijn baas doet dat nooit, die is alleen maar lief.
M: Is jouw baas alleen maar lief of soms toch wel eens boos?
K: Eigenlijk altijd lief, maar heel soms ook boos. Dan ben ik niet handig geweest en heb het bedorven met toeristen omdat ik een beetje humeurig was na de zoveelste toerist die ik in de hitte op mijn rug moet laten en weer dat liggen en opstaan. Mijn lijf doet ook wel eens pijn na zo’n dag. Dus ik vergeef het mijn baas als hij dan een keer boos is.
M: Dus alles is helemaal goed met jou en je hebt een lieve baas? Ik vond hem ook aardig, hij was geduldig en niet opdringerig, maar wist wel handig geld van mij te krijgen.
K: Ja, daar is hij best wel goed in en daar leven we dan ook meestal wel goed van. Maar we hebben ook wel eens een hele slechte tijd gehad, mijn baas was erg ziek en kon niet werken. In het begin stond ik maar en werkte ook niet. Maar dan krijg ik geen eten als ik niet kan werken, dus liet mijn baas iemand anders met mij rond de pyramides lopen en dat was niet fijn. Die man was geniepig, tegen mij, maar ook tegen de toeristen, soms stal hij wel geld en betaalde altijd te weinig aan mijn baas. Dat was minder en daar heb ik geleerd dat je wel heel erg afhankelijk bent van je baas en dat ik het getroffen heb.
M: Hoe ben jij bij je baas terecht gekomen?
K: Ik ben altijd bij hem geweest. Mijn moeder werkte al voor hem en toen ik kwam liep ik vanaf het begin mee met mijn moeder. Toen ik groot genoeg was om hele dagen te werken, ging mijn moeder weg en was ik de enige nog.
M: Wat een spannend verhaal en wat ben ik blij met jouw mooie verhaal. Ik wens je nog een hele goede tijd samen met je baas toe. Wil je nog iets zeggen?
K: Dank je wel, jij bent best aardig. En zeg maar dat de mensen naar de pyramides moeten komen en daar dan een ritje op een kameel moeten maken, dat is een bijzondere belevenis voor ze.
200105

Kaila 6: Kaila past op Eddy

Ik ben al ruim een week stevig ziek, met hoge koorts, en in die periode is er een dag waarop Kaila niet van mijn zijde wijkt. De vierde dag van de hoge koorts, ligt Kaila naast me in bed en blijft de hele dag naast me liggen, ze beweegt zich niet. Als er iemand aankomt, tilt ze haar kop op en blijft liggen. Alleen voor uitlaten en eten, verlaat ze me even. Aan het einde van de middag krijg ik nieuwe antibiotica van de huisarts en die slaan meteen aan. De rest van mijn ziekte dagen is Kaila weer normaal, maar niet zoals die ene dag. Ik wil Kaila vragen wat er toen gebeurde bij haar.

M: Dag Kaila, het is alweer maanden geleden dat we met elkaar gesproken hebben. Kunnen we weer een keer praten?
K: Ja graag. Ik mis onze gesprekken wel een beetje.
M: Sorry Kaila, ik heb niet zo het gevoel gehad, omdat we zo close zijn, dat we ook regelmatig moeten praten. Je mag me gerust daarop aanspreken als je behoefte hebt aan een gesprek.
K: Dat is OK. In het begin had ik veel behoefte aan bevestiging dat ik het goed deed, maar nu weet ik wel ongeveer hoe jij het wilt en hoe ik het wil. Zo zijn we wel een team. Maar je hebt een speciale vraag voor vandaag?
M: Ja, ik begin me nu weer een beetje beter te voelen, maar jij hebt bijzonder gedrag laten zien op een bepaald moment dat ik ziek was. Ik bedoel die ene dag dat je alleen maar bij mij in bed lag, naast mijn hoofdkussen en je week niet van mijn zijde, ook niet als er bezoek kwam. Dat was heel uitzonderlijk gedrag voor mij om te zien. Je gedroeg je als een professionele hulphond.
K: Ja, ik weet welke dag je bedoelt, maar kunnen we even pauzeren tot het vrouwtje haar eten op heeft en ik niet hoef te hopen tot ik iets krijg? Bij jou weet ik dat ik altijd wat krijg, maar het vrouwtje is daar strenger in, maar ik blijf hoop houden. Dus even wachten, dan kan ik me zo concentreren op ons gesprek.
K: De speculaas is op, dus we kunnen verder praten en ik kan me concentreren op jouw vraag. Over die ene dag, zoals je zei, jouw vierde dag met hoge koorts. Ik merkte dat het echt slecht ging met jou en dat er geen verbetering wilde optreden. Je was steeds verder uitgeput geraakt en dat zag ik aan je omvang. Dan bedoel ik niet je fysieke omvang, maar je lichtlichaam om je heen. Dat schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt.

Je lichtlichaam om je heen schrompelde in en dat lichtlichaam heb ik bewaakt

Door mijn lichtlichaam met die van jou te vermengen, kon ik het schrompelen stoppen. Dat was een belangrijke dag voor jou, want je ging veel te hard achteruit. Gelukkig ging het ’s avonds en ’s nachts meteen beter met je en zag ik de volgende dagen je lichtlichaam langzaam weer groeien en glans krijgen. Daarna had je mij niet meer nodig naast je en daarom was ik de dagen daarna weer veel vrijer om te zijn waar ik wilde zijn en dat hoefde niet meteen naast je te zijn. Maar die dag moest ik heel dicht bij je hoofd liggen en dat heb ik gedaan. Ik ben heel blij dat je weer beter gaat worden.
M: Dank je wel dat je dat voor me deed. Was dat noodzakelijk, was er een kans geweest dat ik dood had kunnen gaan?
K: Dat weet ik niet, dat is ook niet aan mij daar een oordeel over te hebben. Ik zag alleen dat ik je kon en moest helpen omdat het zo slecht met je ging en dat heb ik kunnen doen en daar ben ik blij om.
M: Dank je heel erg lieve Kaila, je bent een echte vriend en hulphond.
K: Graag gedaan.
M: Wil je nog iets zeggen Kaila?
K: Graag volgende keer iets eerder komen praten en ik zal je wel aan je broek trekken als ik een keer wil praten en je doet het niet.
M: Afgesproken.
K: Afgesproken.

211212

De (kerst)boom

Langs het weiland aan de IJssel staat een grote dennenboom. Hij staat tussen verschillende soorten wilgen, bramen en brandnetels.

“Ben je een vreemde eend in de bijt?” vraag ik de boom. “Welnee, ik sta te stralen,” hoor ik terug.

Ik grinnik, want ik vind ook dat de boom dapper en vrolijk staat te stralen. Als klein boompje was hij een jaar of twintig geleden bij ons in het schip terecht gekomen als kerstboom.

Tijd voor een terugblik… De boom laat weten in zijn jonge jaren beknot geweest te zijn en ik moet meteen denken aan het net wat altijd om een kluit heen zit. Binnen bij ons heeft hij het als benauwd ervaren, maar wel gewaardeerd.

Tot mijn schande moet ik zeggen dat ik destijds de boompjes nonchalant buiten zette na gedane dienst. Ik weet niet meer of het de buurman of ik was, maar een van ons kreeg medelijden en wilde de boom een kans geven door hem in de grond te zetten.

Ik vraag de boom terug te gaan naar die tijd en krijg door dat het koud was en dat de boom erg z’n best moest doen om te wortelen. Daar lijkt veel energie in gegaan te zijn. De boom geeft door dat hij standvastig wilde worden en daardoor de diepte in moest.

De omstandigheden waren niet passend bij zijn soort, merk ik. Maar dat schijnt de boom niet belet te hebben om te gaan wortelen. En ik krijg het idee dat hij contact heeft gelegd met de andersoortige bomen.

“Het overleven/samenleven gebeurt in de grond,” laat de trotse boom me weten. “Ik heb mijn plek gevonden en ik blijf standvastig.”

Nou, dat kan ik alleen maar beamen want deze dennenboom staat vaak wel twee maanden per jaar met wortels en takken onder water. Als dat geen overlever is…

Hyronimus 11: Hyronimus over klimaatverandering

Toen ik Hyronimus vroeg iets te vertellen over klimaatverandering en hoe dat voor de dieren uitpakt, had ik een gesprek verwacht in de zin van wat de consequenties zijn voor dieren. Zoals dat voor veel dieren hun voedselsysteem anders wordt en dat ze zich daar op moeten aanpassen. Maar het werd een heel ander verhaal …

M: Dag Hyronimus, daar ben ik weer. Kunnen we weer praten?
H: Altijd.
M: Dat blijft zo bijzonder dat je altijd weer beschikbaar bent voor een gesprek voor mij. Dank je wel hiervoor.
H: Dat wil niet zeggen dat ik geen verwachtingen van je heb in je inspanningen die je voor de dieren communicatie doet.
M: Dat weet ik wel en ik weet ook dat ik steekjes laat vallen. Maar ik heb een bijzondere vraag aan jou, die ik al een tijdje aan je zou willen stellen? Hoe kijken dieren en in het bijzonder jij aan tegen de optredende klimaatverandering?
H: Dat is een grote vraag, een hele grote vraag omdat het zoveel aspecten heeft. Het is volstrekt duidelijk dat de mens hier een bijzondere rol vervuld. En die rol is in deze gesprekken al vaker ter discussie gesteld. De mens meent te kunnen heersen over alles, over zichzelf, over alle wezens op Aarde, dus ook de dieren en de planten en het water en de grond. Kortom de mens probeert te heersen over de natuur. Maar de natuur is een op zichzelf staand evenwichtig ecosysteem. De mens begrijpt dat ecosysteem helemaal niet, zelfs niet een klein beetje en dat is teleurstellend als je ziet waartoe de mens technisch wel toe in staat is. Maar door dat totale minachten van de natuur als een gebalanceerd systeem, verstoort de mens dat systeem.

Jullie hebben je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild

Je kunt niet zonder de balans te verstoren een systeem vervuilen door emissies naar lucht, water en bodem. De CO2 uitstoot is niet het probleem, het is slechts een signaal. Natuurlijk heeft dat effect op de opwarming, maar het is het gevolg van een ingreep in een evenwichtig systeem dat uit balans is gebracht. Het is niet de oorzaak. Als jullie nu weer de CO2 gaan beperken maar jullie zelf niet veranderen, kun je misschien op den duur de opwarming afvlakken, maar het systeem is op vele andere manieren ook uit balans gebracht. Daarvan weten jullie mensen langzaam ook al wat meer. Jullie erkennen de problemen van de biodiversiteit en achteruitgang van de vele soorten, planten, schimmels en dieren. Maar erkennen jullie wel het belang van een gezonde bodem, waar jullie je voedsel op zouden moeten groeien? De afgelopen eeuw hebben jullie die bodem vergiftigt, zoals jullie dat ook met de wateren en zeeën en de lucht hebben gedaan. Dat wil zeggen dat jullie je eigen nest, en ook het nest van de overige planeet bewoners, behoorlijk vervuild hebben. Dan red je het niet met de uitstoot van verbrandingsgassen te reduceren. Jullie mensen moeten echt jullie nest opruimen en weer gezond maken. Dat is een hels karwei, maar ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan.

Ooit zullen jullie steeds meer van deze natuur balans systemen gaan begrijpen en er dan bewust mee omgaan

Dat is nog een lange weg en tot die tijd zullen alle Aarde bewoners het zwaar hebben door de enorme onbalans die jullie de natuur hebben aangedaan en waarom de natuur nu weer een eigen balans aan het zoeken is. Daartoe gebruikt de natuur de opwarming, maar ook overstromingen en bosbranden en dode zeeën en pandemieën, enzovoorts.
M: Dat is een behoorlijk doemscenario dat je schildert.
H: Nee, dat is geen doemscenario, dat is oorzaak en gevolg. De oorzaak is al lang aan de gang, al zeker meer dan 100 jaar, en de gevolgen zijn ook al lang aan de gang, maar daar waren jullie lang blind voor. Nu zelfs de meest blinde mensen het kunnen zien, wordt er gesproken over wat er tegen te doen is. Jullie nemen daar lang de tijd voor en het zijn natuurlijk processen die een zeer lange adem vragen, maar je kunt het je niet veroorloven het voor je uit te schuiven. Je kunt het zien als een schip dat van koers is geraakt. Met wat bijstellen kun je het weer op koers brengen, maar die tijd is voorbij. De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden om weer op koers te komen. Daarom is het urgent om nu actie te ondernemen en meteen grootschalig.

De tijd dat kleine koers correcties voldoende waren is voorbij. Je zult je nu veel meer moeten inspannen om de koers te wijzigen en als je nog langer wacht, zal de inspanning nog heel veel groter worden

Het bewustzijn van vele mensen is zover dat jullie acties zullen accepteren. En natuurlijk zullen er ook de nodige protesten zijn, maar het is onvermijdelijk dat er actie wordt ondernomen. Maak daar gebruik van op een eerlijke manier.
M: Dat was een grote les in nederigheid, wij kunnen de natuur niet beheersen en we zullen dus moeten leren met de natuur samen te werken. Dat is wat je zegt, niet waar?
H: Ja, dat is wat ik zeg en daarvoor zullen jullie je moeten inspannen om de natuur balans systemen te begrijpen. Op die manier kun je het meest effectief met de natuur samen werken. Die wetenschap is nog onontwikkeld. Daar moeten jullie je op richten, want het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen.

Het is van cruciaal belang met de natuur samen te werken om de Aarde weer gezond te krijgen

M: Dank je wel Hyronimus voor deze zeer wijze les. Heb je nog iets toe te voegen?
H: Dat weet je wel.

210921

“Wij horen in de kringloop”

Iemand vroeg me om eens met coloradokevers te praten omdat ze daar behoorlijk last van heeft in haar volkstuin.

`Wij zijn nuttig! Waarom zo´n hetze?”, hoor ik meteen. “Wij zijn voedsel. Wij horen in de kringloop.”

“Ja maar…,” begin ik meteen de kant van de mens te kiezen, “jullie klonteren samen.”

“Als dat zo is, dan is het daar goed,” is het directe antwoord. Ik kan de groep dieren weer eens geen ongelijk geven.

Kennelijk ga ik wat heen en weer met mijn gedachten en beelden want de kevers vallen in: “Ja, vliegen, dat is fijn.” “We kunnen dan wel opgegeten worden,” komt het vlak daarna. “Wij zijn geen individu, dus op het geheel maakt dat niet uit.”

De diertjes gaan me wat snel, maar ik begrijp dat ze bedoelen dat op het geheel van de kevers een aantal opgegeten kevers niet gemist worden.

Ze zijn lekker in de vliegmodus en laten zien dat ze een nieuwe omgeving verkennen door ruiken en proeven. Om zo te ontdekken of die habitat goed is voor ze.

“En dan zenden we signaaltjes uit naar de anderen, die komen dan ook.”

Ze laten nogmaals weten dat een aantal van hen best opgegeten kan worden. Het gaat hen niet om het individu maar om het geheel. Ik laat heel bijdehand weten dat mensen ze graag kwijt zijn en ik laat gif zien. Dan hoeft van hen niet. Dat stopt hun levensproces en dan wordt het hele coloradokeverveld ‘een geest met gaten’.

De dieren hebben het weer voor elkaar gekregen om me haarfijn te laten voelen dat ook zij recht hebben op leven op deze planeet en dat, als alles in balans is, er ruimte is voor iedereen.

Gesprek met Olifant in China die met haar troep een wandeling maakte van 1700 km

M: Ik zou graag willen praten met de olifant in China die besloot met haar troep van 15 olifanten weg te trekken van haar habitat en een wandeling door bevolkt gebied te maken van 1700 km.
O: De vraag flitst naar mij toe en je kunt met mij praten. Ik heb het besluit genomen om deze zoektocht te ondernemen.
M: Dank je wel dat je met me wilt praten. De prangende vraag die ik heb is natuurlijk waarom besloten jullie om deze tocht te ondernemen?
O: Dat is heel duidelijk. We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken. Daardoor werd ons gebied kleiner en kleiner en op den duur is het dan te klein aan het worden voor alle olifanten die er wonen. Dus moet je naar nieuw gebied gaan zoeken en dat hebben we gedaan.

We leefden in een gebied dat steeds kleiner aan het worden was door mensen die steeds dichter bij ons kwamen wonen en werken

M: Was dat niet een heel moeilijk besluit? Je draagt de verantwoordelijkheid voor een hele groep die straks wel op een nieuwe plek moet gaan leven en daar ook moet kunnen overleven.
O: Natuurlijk was dat een heel moeilijk besluit en dat heb ik ook niet zomaar genomen. Ik heb zelfs met enkele leden van de groep al eerder langere uitstapjes gemaakt. Maar we hebben echt een gebied nodig van vele honderden kilometers en dat is er niet meer. Dus besloot ik met de hele groep op pad te gaan. Helaas zijn er enkele onderweg achtergebleven, die wilde niet met de troep mee, maar ook dat was een natuurlijk proces. Het waren twee mannetjes die de groep ooit zouden verlaten en dat hebben ze nu iets eerder gedaan.
M: Was het niet moeilijk om op pad te gaan naar het onbekende? En hoe kom je aan voldoende voedsel onderweg?
O: Natuurlijk was het een moeilijk om te gaan doen, dat had ik al gezegd. Maar als je gaat moet je de consequenties er van wel aanvaarden. En die zijn dat je misschien meer moet zoeken naar je voedsel en naar water. Wat heel onverwacht was, was dat we steeds door bewoond gebied liepen, gebied dat vroeger niet bewoond was en waar we een goede habitat gehad zouden hebben. Maar dat was nu niet meer zo. Onderweg is er ook vaak genoeg voedsel, doordat het bewoond gebied is, wordt er veel verbouwd en dat kunnen wij als voedsel gebruiken.

M: Daar zal de bevolking wel weinig plezier aan beleefd hebben dat jullie je tegoed deden aan de verbouwde gewassen.
O: We hebben de gebruikelijke problemen gehad met mensen, maar die problemen hebben we eigenlijk altijd als we te dicht bij de mensen zijn of eigenlijk moet ik zeggen als de mensen te dicht bij ons komen. Maar nu waren wij degene die de mensen blijkbaar opzochten. Echter hoe verder we kwamen hoe beroemder onze reis werd, waardoor we het ook weer makkelijker kregen. We kregen heel veel aandacht en daardoor werd er voedsel voor ons klaargelegd om ons in een bepaalde richting te kunnen sturen. Daar zijn we grotendeels in mee gegaan, waardoor de confrontaties met mensen eigenlijk uitbleven. We werden later beschermd en vertroeteld.
M: Maar ja, nu zijn jullie bijna weer terug bij af, en heeft dit dan nog wel zin gehad?
O: Ja, het heeft veel zin gehad. Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte. Dat dit probleem niet meteen is opgelost is duidelijk, maar we hebben het probleem duidelijk op de kaart gezet en hopelijk komt daar dan een oplossing voor. Misschien niet voor mijn generatie maar dan wel voor onze kinderen of kleinkinderen. Zo lang houden wij het nog wel vol. Daar ben ik niet bezorgd over.

Het was één grote demonstratie van de olifanten voor meer leefruimte

M: Dank voor deze boeiende informatie. Wil je nog wat kwijt?
O: Jij ook bedankt voor dit gesprek omdat je hiermee weer aandacht geeft aan ons probleem. Dat is hard nodig.

210812

Hyronimus 10: dieren van een soort zijn niet allemaal hetzelfde

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer praten?
H: Natuurlijk, ik ben bijna altijd beschikbaar.
M: Ik zou graag met je willen praten over het idee van de wetenschap dat we dieren niet te veel moeten vermenselijken, waarmee we bedoelen dat we dieren geen emoties moeten toekennen en niet te veel karaktereigenschappen moeten toekennen. Want volgens de wetenschap en dan moet ik zeggen vooral de Westerse wetenschap, zijn dieren een soort robotten die allemaal dezelfde eigenschappen hebben en dus geen verschillende karakters kunnen hebben.
H: Wat denk je zelf?
M: Ik denk daar heel anders over, maar wilde graag jouw mening horen om die aan de wereld te laten horen.

Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit.

H: Nou jij weet heel goed dat de wetenschap hier er heel ver naast zit. Alle dieren zijn individuen, in verschillende graden. Sommige dieren, als bijvoorbeeld de eencelligen en microben en dat soort dieren, zijn nog voor het grootste deel een groep, nauwelijks een eigen individu. Maar zodra deze dieren verder ontwikkeld zijn in hun evolutie is het veelal hoe verder geëvolueerd hoe meer individu en hoe meer onderlinge verschillen tussen de dieren van hun eigen soort, verschillen in ontwikkelstadia en verschillen in karakter. Dat is een wetmatigheid. Door verschillende of door vele levens te leiden als een bepaald dier ontwikkel je als dier meer individuele eigenschappen. Bij jullie huisdieren merken jullie dat het beste, maar het geldt net zo goed voor de vrije dieren. Je hebt heel veel verschillende honden en katten gehad en merkte daarbij de enorme verscheidenheid aan karakters, dat is met vrije dieren net zo. Een klein voorbeeld heb je net zelf ervaren met jouw olifant die zich Tara noemt. Zij is duidelijk een olifant met een ander karakter dan de dieren in haar kudde.
M: Dus is jouw conclusie dat de wetenschap er totaal naast zit als ze zegt dat we dieren niet te veel menselijke eigenschappen moeten toedichten?
H: Nee, dat zeg ik niet. Jullie moeten dieren geen menselijke eigenschappen toedichten, maar veel dieren hebben eigenschappen die jullie mensen ook hebben, zo zit dat. Het zijn universele eigenschappen die mensen en dieren hebben. Daar kun je als mens geen claim op leggen door te zeggen dat het menselijke eigenschappen zijn. Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen. Maar het maakt natuurlijk minder indruk wanneer een worm zich opoffert voor een merel die wil eten, dan wanneer een mens zijn laatste drinken in de woestijn deelt met z’n kompaan. Terwijl de worm waarschijnlijk het grotere offer brengt.

Dieren hebben gevoelens, zijn zorgzaam, kunnen verdriet en mededogen ervaren en kunnen zich opofferen, allemaal eigenschappen waarvan jullie denken dat ze menselijk zijn, maar het zijn universele eigenschappen.

M: Ik begrijp je. Het is erg egoïstisch deze mooie universele eigenschappen alleen aan mensen toe te schrijven terwijl het universele eigenschappen zijn die minstens zo vaak voorkomen bij dieren als bij mensen.
H: Ik zou het iets anders uitgedrukt hebben, jouw manier van verwoorden is een typische manier van omschrijven vanuit het superieure menselijke denken. Ik zou zeggen het zijn universele eigenschappen die bij het leven horen en alles wat leeft heeft deze eigenschappen in meer of mindere mate, ook afhankelijk van je taak in het grotere geheel hier op Aarde.
M: Dank je wel, het is me redelijk duidelijk nu.
H: Graag gedaan, tot een volgende keer.

Een blinde labrador

M: Dag Labrador, ik zie je bijna dagelijks op jouw wandeling, wanneer ik ook met Kaila wandel. We hebben aan elkaar staan snuffelen en vanochtend vroeg ik je tijdens de wandeling of we konden praten. Nu is dat zover, wil je praten?
L: Ja, ik wil graag praten. Ik begrijp dat je wilt weten hoe het voor mij voelt om als blinde hond in het bos te wandelen?
M: Ja, dat wil ik graag van je weten. Ik zie je altijd heel stijf en voorzichtig lopen en ik zie je ook veel stilstaan en ik vroeg mij af of je nog wel voldoende levensvreugde hebt.
L: Zoals je gezien hebt ben ik een oude hond en ik ben bijna versleten, mijn botten zijn pijnlijk en daarom loop ik moeilijk. En natuurlijk ben ik blind, nou ja, niet helemaal, ik zie nog wel vaag licht en donker, maar ik kan zeker geen voorwerpen, bomen of mensen onderscheiden. Dat lukt niet meer. Zoals je aan mijn ogen hebt kunnen zien heb ik ernstige staar. Dat is niet pijnlijk, maar je ziet gewoon niet meer voldoende om gewoon rond te lopen. Mijn baas is zo lief om dagelijks met me te gaan wandelen, samen met mijn vriendje de zwarte labrador. We hebben een hele mooie tijd met z’n allen gehad, maar nu is het voor mij wel moeilijk. Toch klaag ik niet, ik geniet min of meer van de wandelingen. Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot. Het stil in huis liggen en slapen is heerlijk, maar mijn hoogtepunten zijn wel de wandelingen en als mijn baas me knuffelt. Dat knuffelen geniet ik buitensporig van maar dat kun je niet de hele dag doen. En dan de wandelingen. We gaan met de auto naar het wandelgebied. Daar tilt de baas me uit de auto, zoals hij me er ook eerst in heeft getild. Dan sjok ik een beetje achter de geur van mijn baas aan. Maar ik ben snel afgeleid, ook al omdat het lopen best wel pijnlijk is met mijn stramme ledematen. En dan blijf ik een tijdje staan en ruik aan een grasspriet of een bosje of aan bramen of iets op het pad. Maar dat ruiken is een smoes om het even rustig aan te doen. Mijn baas heeft dat heus wel door en die moedigt me aan om door te lopen. Maar dan draai ik mijn kop nog een keer naar een andere lucht en als het dan echt onvermijdelijk is, loop ik weer een stukje. Gelukkig heeft mijn baas dat geduld met me dat nodig is voor mij om vooruit te komen. En daar ben ik dankbaar voor.

Zo kom ik buiten, ruik ik heel veel en krijg ik frisse lucht waar ik wel heel erg behoefte aan heb. Dus ja, ik heb nog duidelijk levensgenot.

M: Dus je hebt nog wel duidelijk genoeg om voor te leven als ik jou zo hoor.
L: Ja, gelukkig wel. Ik geniet van onze zeer slome wandelingen en van mijn baas thuis. Mijn zwarte vriendje heeft wat minder geduld tijdens de wandeling, die wil altijd maar verder, maar hij geeft mij gelukkig wel de ruimte die ik nodig heb.
M: Ik ben blij dit allemaal van je te horen, dank je wel dat je me dit verteld hebt.
210708