Dieren dom? Vergeet het maar! Het zijn vaak leermeesters en bijzonder goede gesprekspartners! Laat je inspireren.

Wat wordt het vandaag?

Soms heb je van die dagen dat niets wil lukken, daar zit ik nu in. Ik ben moe, die tijdsovergang naar de zomertijd valt niet goed, ik ben verdrietig en lusteloos en ondanks dat alles wil ik een blog schrijven. Maar daar zit ik al dagen tegenaan te hikken. Natuurlijk kan ik het me gemakkelijk maken en ergens in mijn archief duiken en een nog niet gepubliceerde blog plaatsen. Daar liggen nog honderden gesprekken. Maar dat stuit me ook tegen de borst. Ik wil de dieren serieus nemen en jullie als lezers ook. Dus moet het wel een fatsoenlijke blog worden. Maar welke dier zal ik vragen? En wat heb ik te vragen. Ik stel me open en wacht ….
Mijn lieve hond Kaila meldt zich onmiddellijk om me op te beuren. Maar er is ook vaag op de achtergrond een varken, een modderig varken dat mijn bewustzijn binnendringt en aandacht vraagt. Ik besluit die kant op te gaan.

M: Dag varken, wat brengt je bij mij?
V: Jouw vraag wat wordt het vandaag? Eigenlijk wilde je zeggen wie wordt het vandaag. Die vraag slingerde je het universum in en ik ving het op.
M: Vertel, wat wil je kwijt.
V: Ik ben een buitengewoon varken omdat ik het geluk heb niet in de bio-industrie terecht gekomen te zijn, maar bij een boer die anders met zijn dieren omgaat. Zo wonen wij ’s nachts wel in een stal en slapen we in het stro, maar mogen we overdag gewoon naar buiten en hebben we een modderig weiland en een echte modderpoel waar we in kunnen verblijven. En ook een stuk beton waarop we eten krijgen anders smeren we blijkbaar alles onder de modder.
M: Dat klinkt heel veelbelovend. En met hoeveel zijn jullie daar?
V: We zijn nu met negen volwassen varkens en af en toe komt er een beer op bezoek en dan krijgen we jonkies, en dan kan het wel druk worden want die jonkies slapen gewoon bij ons in de stal en komen na verloop van tijd ook mee naar buiten. Niet meteen overal, eerst alleen op de betonplaat en later het weiland en nog later de hemel, de modderpoel.

De modderpoel is de hemel voor een varken

M: Wat leuk dat je de modderpoel de hemel noemt. Is dat zo genieten?
V: Ja dat is het zeker, dat kun je je niet voorstellen hoe lekker dat is, je wentelen in die zachte blubber en dat overal op je lichaam te voelen en die verkoeling is heerlijk.
M: Als het er zo goddelijk is, dan heb je vast ook wel een naam?
V: Ja, mijn naam is krulletje, omdat ik een bijzondere krul in mijn staart heb, een krul die twee kanten op krult, dus een dubbele krul maar tegendraads. Ik ben er wel een beetje trots op, maar geen van mijn kinderen heeft ooit zo’n krul gehad. Dus waarschijnlijk is het een ongelukje in mijn jeugd geweest waardoor de krul vreemd werd.
M: Maar het zal vast niet altijd rozengeur en maneschijn zijn bij jou op de boerderij?
V: Nou sommige andere dieren zijn soms moeilijk, dan denk ik aan de grote bullebak van een stier die ook een deel van het weiland heeft. Soms is hij heel vredig, maar hij heeft zijn dagen dat hij humeurig is en dan trapt hij naar ons, ook al staan we niet in hetzelfde stuk weiland. We staan wel naast elkaar.
M: En worden jullie biggen bij jullie groot of gaan ze naar de slacht na verloop van tijd?
V: Ja, er komt absoluut overbevolking als we alle biggen die er jaarlijks geboren worden hier zouden laten, dat kan dus niet. Als ze een mooie jeugd hebben gehad, van beschermd in de stal tot uiteindelijk als deelnemer in het modderbad, dat is een beetje afhankelijk van het jaargetijde, dan worden ze afgevoerd naar de slachterij.
M: Heb je daar moeite mee?
V: Op een gegeven moment moet een big zelfstandig worden en zijn eigen weg gaan, kinderen kunnen niet bij hun moeder blijven. Dus is het logisch dat ze dan worden afgevoerd en dat ze naar de slacht gaan vind ik niet echt een probleem. Ze hebben een mooi leven gehad. En dat geldt natuurlijk ook voor ons. Wij mogen dan langer op de boerderij verblijven en kleintjes krijgen, maar ook voor ons geld dan een moment dat het gedaan is. Dan worden wij ook naar de slacht gebracht.
M: Hoe voelt dat?
V: Dat voelt wel als eerlijk. De boer geeft ons een mooi leven en wij geven de boer mooi en gewild vlees. Want doordat wij buiten leven zijn wij veel gespierder dan bio-industrie varkens, bovendien zijn wij veel gezonder en meestal zonder allerlei medicijnen, waardoor wij veel waardevoller vlees leveren. En daar blijkt een markt voor te zijn.
M: En jij hebt daar geen moeite mee?

Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug.

V: Nee totaal niet. Het is eerlijk. Wij genieten een prachtig leven en dat geven we als dank aan de boer weer aan hem terug. De boer laat ons ook altijd weten wanneer het zover is, dan weten we dat het einde spoedig komt. Het komt dus niet als verrassing en dan kun je je toch een beetje voorbereiden. Natuurlijk weet je dat het niet echt een lolletje is, maar dat heb je er wel voor over als dank.
M: Ik vind dat heel mooi gezegd. Dank je wel en ik moet zeggen, je hebt mij behoorlijk opgevrolijkt met je mooie verhaal van een buitengewoon varken. Wil je nog iets kwijt?
V: De mens heeft dus een keus, als je vlees wilt eten kun je kiezen voor vlees van gelukkige dieren of voor vlees van een productiemiddel dat geen kans op enig geluk heeft gehad in haar leven. Dat is een belangrijke keuze voor mensen, want daarmee kunnen ze de bio-industrie wel degelijk verslaan. Denk daar maar eens over na.

Wat geeft dit varken een mooie opening om anders naar vlees te kijken en vooral anders naar de dieren die het vlees produceren. In kan me voorstellen dat vlees van gelukkige dieren een heel andere uitwerking op je mens zijn zal hebben dan vlees van ongelukkige dieren. Dat betekent dat als je geestelijk gezond wilt blijven je misschien je keuzes moet maken waar je je vlees wilt kopen! En dat zegt een (bijna) veganist, maar dat terzijde.
Daarnaast heeft de EU in 2021 beloofd uiterlijk in 2023 met wetgeving te komen tegen alle kooien in de veehouderij. Deze belofte is de EU nog steeds niet nagekomen. Dit is een prachtig voorbeeld van hoe dat oplosbaar zou kunnen zijn. Ja, hier kan ik blij van worden.
260331

Kernachtiger zijn en praten

Lieve AnimalTalks liefhebbers, als je de cursus dierencommunicatie bij Piek Stor en Petra Maartense volgt, dan komt er een moment waarop je leert contact te maken met een vrij dier. Dat mag een dier van je eigen keuze zijn of een vrij dier uit het boek ‘In de Stilte hoor je alles’ van Piek in samenwerking met Petra. In mijn geval was het vrije dier destijds een lieveheersbeestje. Ik had ze opvallend vaak in mijn buurt, waar ik ook was. Maar tijdens de basiscursus dierencommunicatie half maart gingen de cursisten met de Afrikaanse leeuw uit het boek in gesprek.
Naast gastvrouw zijn was mijn rol tijdens deze cursusdag het delen van ervaringen als dierentolk. Daarom deed ik deze korte oefening met de cursisten mee en maakte ook ik contact met dit vrijzinnige dier.

B: Dag leeuw, ik ben Barbette en ik ben dierentolk. Heb je even tijd voor me op dit drukke moment? Want ik weet dat ik niet de enige ben die jou nu even opzoekt.

Terwijl ik contact aan het maken was, overviel me een heel blij en vrolijk gevoel. Dit gevoel is het beste te vergelijken met een stevig binnenpretje. Dat het even borrelt van binnen en dat je een innerlijke glimlach voelt opkomen die groter is en dieper zit dan enkel in het hoofd. Ik pikte kennelijk zijn enthousiasme op, want hij antwoordt als volgt.

L: Hier word ik nou heel vrolijk van! Dat jullie dit doen. Dierencontact. Daar zit de kracht.
B: Wat bedoel je met ‘daar zit de kracht’?
L: Afstemmen. Je niét laten afleiden. Bij jezelf komen en blijven… – als iedereen dat zou doen, zou er minder miscommunicatie zijn. Uitgaan van eigen kracht. Niet twijfelen. Weten wat goed is. Daarop vertrouwen.

Het valt me op dat de leeuw zijn inzichten heel staccato vertelt. Als een aansporing. En tegelijkertijd bekrachtigend in duidelijkheid. Zo van zo is het gewoon. Althans, zo vertelt hij het aan mij. Het voelt op de een of andere manier heel veilig om er in mee te gaan, om zo te ervaren wat hij bedoelt met zijn woorden. Het smaakt naar meer. Dus ik probeer hem een beetje uit te dagen en te verleiden tot meer bekrachtigende aansporingen. Ik vervolg:

B: Dit klinkt een beetje als uit een boekje, zo compact als je het zegt.

Maar de leeuw laat zich niet uit de tent lokken. Hij zegt:

L: Ik hoef er ook niet meer woorden aan vuil te maken. Of laat ik zeggen te besteden. Dat zouden jullie ook moeten doen, de mensen. Kernachtiger zijn en praten. Gaan jullie daar maar mee oefenen in en buiten de cursus. Dat is mijn boodschap.

Hoewel ik me graag had gelaafd aan nog meer van zijn wijsheid, besef ik me dat hij precies doet wat hij aanbeveelt. Krachtig zijn in kernachtigheid. Ontdaan van ballast. Schoon. Daarom rest mij niets dan dank en bezinning, wat de leeuw kennelijk kan waarderen.

B: Dank je wel, leeuw.
L: Tóf gesprek, dit! Jij ook bedankt!

Tijdens de uitwisseling achteraf vertelde iedereen die met de leeuw had gesproken over het contact. Alle gesprekken lagen in elkaars verlengde. Dit hielp de cursisten uit te gaan van eigen kracht. Niet te twijfelen. Te weten dat het goed is. En daarop te vertrouwen. Dat is de kern. Daarom spraken we af dat ik mijn eerstvolgende blog aan deze wijsheid van de leeuw zou wijden.

Ik besluit nog even na te kijken wat hij aan Piek had verteld en sla zijn boodschap in het boek er nog even op na. Op bladzijde 103 gaat het hem om het hogere doel. Het respect voor alles en iedereen. Dat is mooi. Want juist dit hogere doel en dit respect maken dat er mensen zijn die willen (leren) communiceren met dieren, zodat de dieren een stem krijgen en de mens op dat moment hun instrument is. Daarmee, lieve AnimalTalk liefhebbers, is de cirkel van deze blog rond. Met dank aan de Afrikaanse leeuw.

 

Vakantieplannen

Lieve AnimalTalks liefhebbers, zoals sommigen van jullie weten ben ik verslingerd aan Schotland. Mijn hondje Maya gaat altijd met me mee. Hoewel ik dierentolk ben, heb ik haar nog nooit officieel gevraagd of zij dat eigenlijk wel leuk vindt. En dan doel ik vooral op de nachtboot van IJmuiden naar Newcastle en weer terug. Ik vind het voor een hond een erg lange overtocht, ook al delen we samen een hondenhut en kan ik haar uitlaten op het hondenuitlaatdek. Ik besluit er eens voor te gaan zitten en hier een babbel over te maken met haar. Mijn volgende vraag is hoe ze het zou vinden als we een extra overtocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Ik ben benieuwd wat ze ervan zegt. ‘Luister’ maar even mee…

B: Hé Maya, mag ik contact met je maken?
M: Eindelijk.
B: Werd het tijd?
M: Ja, je was het al langer van plan om ervoor te gaan zitten. Ik heb geen klagen, want we wisselen tussendoor heel veel en over van alles uit met elkaar. Ik ben daar heel blij mee. Ik word echt gezien door jou. Je maakt me blij. Ik ben een heel blije hond, maar jij maakt me ook blij. We zijn een duo.
B: Wat lief dat je dat zo zegt. Zo voel ik het ook. Je bent mijn kompaan. Ik ben zo dankbaar dat je in mijn leven bent. Het is zó gezellig met jou! Ik ben stapelgek op je.
M: Ja leuk! Blij mee!
B: Ik wil je wat vragen en daarom ben ik er even voor gaan zitten om met jou te praten. Ik wil graag weer met je op vakantie en net als vorig jaar met z’n tweetjes met de caravan door Schotland trekken. Vind je dat leuk?
M: Ja! Op avontuur met jou en samen in het rollende tiny house. Dat vind ik héél gezellig. En de hut op de boot ook; dat is net zoiets. Zo knus samen op de wiegende zee. En dan neem je me mee naar buiten in de zeelucht. En dan mag ik uren op schoot zitten. En dan kijken we naar het spoor dat achter ons in zee ontstaat. En naar de jan-van-genten die daarop af komen. En dan zitten we samen zo knus. Dat vind ik zó leuk!

Nou, dat was deel één van wat ik wilde weten. Fijn dat ze leuke dingen ervaart op zee. Dat stelt enigszins gerust. Maar ik zit met de duur van de overtocht. Hoe vindt ze die?

B: Vind je de overtocht zelf niet ellendig lang duren? En dat ontschepen duurt ook altijd langer dan je hoopt en dan nog de douane enzo. Ik voel me vaak een beetje opgelaten dat het voor jou wel erg lang duurt voordat we weer grassprieten onder de voeten hebben en jij lekker kunt rennen.
M: Nou, met dit alles ben ik tijdens het reizen helemaal niet bezig. Het is wat het is. En het duurt zo lang als het duurt. Ik geef me daar gewoon aan over.

Maya laat even een stilte vallen om mij de gelegenheid te geven om wat ze zegt tot me door te laten dringen. Ze geeft geen oordeel over de duur van de overtocht en ‘ontslaat’ me van zorgen maken. Wat ontzettend mooi van haar. Dan vervolgt Maya haar verhaal.

M: Alleen als jij even weggaat om aan boord te eten, dan vind ik dat even niet zo leuk. Dat is mijn jeugdtrauma, denk ik. Verlatingsangst. Maar dat is meer een reflex dan een echte angst. Jij hebt namelijk nooit voeding gegeven aan deze angst. Jij geeft juist rust en vertrouwen. Daar put ik kracht uit. Dus zodra ik je niet meer hoor en ruik, ga ik heerlijk slapen. En ineens ben je dan terug met wat lekkers voor mij. En dan zijn we allebei zo blij dat ons duo weer in tact is. Dat is zó leuk!

Maya laat weer even een stilte vallen om het duo-schap te benadrukken, dat ik trouwens net zo voel en dat voor mij net zo waardevol is. Ze gaat verder.

M: Ik heb er geen twijfel over dat je terugkomt. Dus het is oké. Heb je verder nog vragen?
B: Ja, die heb ik. Wat nou als we daarna nóg een vaartocht maken, namelijk van Aberdeen naar Shetland. Die tocht is iets korter, maar ook ’s nachts. En dan hebben we ook weer een hondenhut. Ik wil die tocht niet maken als jij het te lang vindt of alles bij elkaar teveel op een boot. Jij hebt ook vakantie. Het moet voor jou ook leuk zijn.
M: Gaan we dan naar Shétland? Dat kleine eilandje in het midden van de grote zee tussen Schotland en Noorwegen? Dat is wel heel avontuurlijk!
B: Ja, Shetland is een groepje van kleine eilandjes en ligt op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Ik zou daar heel graag samen met jou heen gaan. Maar alleen als jij het ook leuk vindt.
M: Ik vind nieuwe dingen erg spannend. En kleine eilandjes in zo’n hele grote zee ook. Maar het lijkt me ook leuk. Op avontuur met jou vind ik echt leuk. Jij bent wel een stoere chick, zeg! Dat je alleen, dat wil zeggen met mij, met de caravan naar zo’n verre uithoek midden in de zee gaat… Ik zie dat wel zitten. Het is niet te lang, op de boot. Ik kan dat wel. Maar, ik vind andere delen van Schotland ook leuk, hoor! Het noordwesten bijvoorbeeld. Toch wint de nieuwsgierigheid naar Shetland het. Ik vind het erg leuk dat je dit wilt gaan doen met mij en met mij overlegt. ‘Practice what your preach… – je dier echt serieus nemen. Dat vind ik zó top!
B: Nou, ik vind het ook top. Want ik ben gaan leren communiceren met dieren om beter contact met jóu te kunnen hebben en om jou en onze samenwerking beter te leren begrijpen. En zie wat het me heeft gebracht! Ik praat met allerlei dieren en schrijf er nu zelfs blogs over! Het moet niet gekker worden!
M: Ja, echt te gek!
B: Maya, ik wilde over dit gesprek ook een blog maken. Vind je dat goed? Ik heb cliënten die willen weten hoe hun dier het reizen vindt. Dit gesprek tussen ons geeft een inkijkje in dat je hier vragen over kunt stellen. Daarmee geeft dit gesprek niet alleen inzicht in onze reisplannen, maar ook een idee voor anderen die vragen over reizen met dieren hebben. Dieren weten goed wat ze willen, heb ik gemerkt. En ze kunnen het vaak heel duidelijk vertellen, net als jij deed. Ben je het ermee eens?
M: Ja, komt er dan ook een foto van mij bij?
B: Ja, vind je dat goed?
M: Ja, dat vind ik juist leuk! En een eer. Doe maar een foto van mij in de caravan.
B: Wat lief, dank je wel Maya. Heb je misschien nog een laatste woord? Want zo gaat dat in een echt consult ook. Dieren krijgen altijd het laatste woord.
M: Ja, dat heb ik en dat weet je. Als ik hard aan het blaffen ben en jij vindt het genoeg, dan heb ik ook het laatste woord. Ik blaf en pruttel altijd nog even na.
B: Je zit me te dollen.
M: Ja, dat is juist zo leuk. Ik vind jou namelijk ook zo’n blij persoon. We hebben het getroffen met elkaar. Dat wilde ik nog even zeggen. Komt dit ook in de blog?
B: Ja, als jij dat goed vindt wel.
M: Nou, dat is goed. Ik ben namelijk heel blij met jou. Er zijn geen woorden voor. Dat is gevoel. Schrijf dat maar op.

Die Maya, dat is ook weer zoiets. Zie aan gevoel maar eens woorden te geven. Juist daarin schieten woorden tekort. Hoe waar. En ook daarover heeft ze geen oordeel. Sterker nog, ze wil het benadrukken. En mij en de lezers van deze blog daarmee ‘ontslaan’ om moeilijk over woorden te doen. En te durven vertrouwen op gevoel. Althans, dat is mijn interpretatie. Wat een wijs wijffie.

B: Dank je wel, lieve Maya. Zal ik de overtocht naar Shetland gaan boeken?
M: Prima, maar laten we niet te lang op dat kleine eilandengroepje blijven, want ik wil ook andere stukken van Schotland weer zien.
B: Doen we! Top!

Lieve AnimalTalk Liefhebbers, wie had dat gedacht dat je je vakantieplannen zo precies kunt afstemmen met je dier. Het is fantastisch. Wat een rijkdom. Veel dank weer voor jullie aandacht!
Barbette

Naschrift: Dit gesprek had ik maandagmiddag met Maya. ’s Avonds was ze innig tevreden, relaxed en alsmaar in blij oogcontact met me. Ik besluit wat vaker een ‘echt gesprek’ met haar te voeren, naast de kleine, dagelijkse uitwisselingen tussendoor. Het is precies zoals cliënten vaak zeggen; dat je dier dichterbij komt door een dierengesprek en dat het dier laat blijken zich echt gehoord en gezien te voelen. Ik vind het prachtig!

Meer van minder

Lieve AnimalTalks liefhebbers, deze keer een iets kortere blog dan mijn vorige schrijfsels. Zou de titel hier debet aan zijn? Zo ja, dan gaat het de goede kant op!

Een zalige rust kwam over me toen ik afgelopen week op een cursus was in een klooster in Denekamp. Vooral de eenvoudige kamer met hagelwitte muren ademde rust. Een goed bed met een nachtkastje ernaast, een smalle kledingkast, een schrijftafel met stoel en een leesfauteuil, allemaal in onopvallend blank eiken uitgevoerd. Hier en daar een moderne lamp van dezelfde serie, in de gang nog een kapstok en daarachter een moderne badkamer. Precies wat je nodig hebt. Niets meer en niets minder.

‘Hè, lekker’, dacht ik bij binnenkomst. ‘Comfortabel en geen afleiding. Prima – zou ik thuis ook moeten doen.’ Ik kreeg een binnenpretje bij deze gedachte. Het binnenpretje had te maken met een toepasbare tip van hond Nola, die ze in een consult alsmaar bleef herhalen. Ik kom er niet onderuit om hieraan een blog te wijden.

Nola is een hond met een zogeheten rugzakje en is nu ruim 2,5 jaar bij erg liefdevolle mensen. Nola bleek tijdens afgelopen Oud & Nieuw op een stille plek in de Franse Ardennen de rust zelve, terwijl ze thuis dagelijks onrustig en blafferig is en over-alert naar ongeveer alle mensen en dieren buiten haar eigen roedel. Haar mensen willen graag weten hoe Nola vindt dat het gaat en wat ze nodig heeft om zich thuis nog veiliger te gaan voelen en meer rust te ervaren.

Ik ging graag het gesprek met Nola aan. Na een korte introductie begint Nola te vertellen dat ze van eenvoud houdt en dat er héél goed voor haar wordt gezorgd. Ze is dankbaar. Ze zit er alleen een beetje mee dat ze niet hetzelfde terug kan doen voor haar mensen. En dat wil ze wel graag. Ze mist balans.

Nola vervolgt met dat ze snel overprikkeld is en zich dan het liefst even terugtrekt. Maar juist dan trekt ze onbedoeld de zorg en aandacht van haar liefdevolle mensen. Ik vraag haar wat ze dan nodig heeft. ‘Meer van minder’, zegt ze eenvoudig. ‘Het gaat om een andere norm. Eenvoud is de sleutel. Echte eenvoud. Niet vanuit een romantisch verlangen naar versimpelen. Maar omdat eenvoud je bij je ware zelf brengt.’ Dan zegt ze: ‘Meer van minder. Dat zou me erg gelukkig maken.’

Meer van minder, eenvoud is de sleutel, eenvoud brengt je bij je ware zelf

Ik vraag aan Nola of ze hier een voorbeeld van kan geven. Ze laat me zien dat er op veel plekken kleedjes en kussens voor haar zijn. Daarnaast heeft ze een open bench voor als er bezoek is en in de slaapkamer staat een zachte cave voor de nacht. ‘Nou’, zegt ze, ‘ik mag van mijn mensen sowieso overal zijn en liggen. Waarom dan nog al die extra plekken voor mij. Eén plek speciaal voor mij is voldoende, het liefst op een verhoginkje. Dus als het gaat om plekken voor mij: meer van minder.’

Ze geeft nog een ander voorbeeld. Ze houdt van spelen en laat me verschillende speeltjes zien, onder andere een bot, een stok, een flostouw en hersenwerkjes. Ook laat ze me zien dat ze niet per se veel initiatief neemt tot spelen en soms lang maar ook vaak kort speelt. Haar mensen herkennen dit en willen weten hoe dit zit. ‘Ik kan kort net zoveel plezier hebben als lang. Goed is goed, ongeacht hoe lang. Ik heb andere verzadigingspunten dan mensen. En als ik te lang doorga, raak ik uit balans. Dan kunnen ze me beter even uit mijn spel halen. Voor spel en verzadigingspunten: meer van minder.’

Ik vraag Nola naar de omgang met het bezoek. Ook hierop heeft ze een duidelijke visie. Ze zegt: ‘Ik ervaar veel opwinding bij hoe mensen soms naar binnen stuiteren. Ze komen in onze roedel en respecteren niet wat hier de orde is. Men doet maar. Vaak ook met een hoop lawaai en beweging. Ik wil niet graag dat ze naar me toekomen en me dan meteen gaan aanraken. Dat opdringerige gedoe blaf ik luid weg. Gelukkig doorzien mijn mensen dit. Ze nemen me steeds meer in bescherming als er bezoek komt. Zo helpen ze mij om mijn opwinding zo laag mogelijk te houden. Daar moet het bezoek soms wel aan wennen, dat het niet allemaal om hén draait en dat ze eerst even hun eigen plaats moeten weten in ons huis en in onze roedel. Dus ook bij opdringerig gedoe: meer van minder.’

Ik glimlach bij deze en ook andere voorbeelden uit het consult. Ik herken heel goed wat Nola zegt. Ik informeer bij haar naar wat ze nodig heeft om meer veiligheid en rust te voelen. Nola zegt: ‘Ik heb voor veel dingen meer verwerkingstijd nodig dan mijn mensen. Ik zou daarom graag willen dat we alles wat we doen met aandacht doen, dat steeds één iemand tegelijk de leiding neemt en dat er ondertussen niet teveel op mij wordt gelet. Even inchecken bij me is natuurlijk oké. Maar laten mensen vooral de aandacht bij zichzelf bepalen. En laat mij af en toe maar even. Ook hier: meer van minder.’

Die lieve Nola, wat illustreert zij mooi dat meer van minder toepasbaar is in uiteenlopende situaties als je de norm bij eenvoud legt. En wat een liefdevolle uitdrukking heeft ze geïntroduceerd met meer van minder.

Ze is tot slot haar mensen enorm dankbaar en noemt haar tip slechts finetuning. Dit laat onverlet wat het grote effect kan zijn van meer van minder. De eenvoud van de kloosterkamer in Denekamp liet me dit meteen bij binnenkomst voelen: een zalige rust. Hun motto is niet voor niets: rust geeft kracht. En Nola vertelt ons wat rust brengt: meer van minder.

Dank je wel, Nola! Ik besluit om thuis ook weer eens flink te gaan opruimen en balanceren. Want ook daar is wat meer van minder van harte welkom!

Bedankt voor jullie aandacht!
Barbette

Waarom vliegen ganzen zo kriskras heen en weer?

Sinds dit weekeinde ligt er overal sneeuw in Nederland en je ziet en hoort de ganzen overvliegen in hun kenmerkende V-vorm. Maar de ene V vliegt naar het oosten, de andere naar het westen en weer een naar het noorden, er is geen touw aan vast te knopen. Waarom vliegen ze zo op het oog kriskras en met zoveel herrie? Tijd om het de ganzen te vragen.

M: Beste ganzen, wie heeft er voor mij antwoorden op mijn vragen over jullie heen en weer gevlieg?
Het is een tijdje stil, dan krijg ik feedback dat ze slapen en rust willen hebben, want ze hebben hun energie hard nodig momenteel. Dan leg ik uit dat ze helemaal geen energie verbruiken als ze telepathisch contact met me maken.
G: OK, dan zal ik je vragen beantwoorden.
M: Fijn dat je dat wilt doen en slaap gerust lekker verder, we kunnen op deze wijze nagenoeg energieloos met elkaar communiceren. Mijn vraag, waarom vliegen jullie nu al in V-vorm en is de trek dan al begonnen, het is pas begin januari.
G: We zijn zeker nog niet begonnen met de trek. Wat je ziet en misschien chaotisch overkomt, is onze zoektocht naar grasland. Nu alles onder de sneeuw ligt, willen we graag op plekken eten waar we makkelijker bij het gras en de bodem kunnen komen. Of als het al wat schemerig wordt, dan vliegen we naar onze slaapplaatsen, die verschillen namelijk van onze eetplekken.
M: Ik zie jullie vaak met honderden tegelijk in het weiland staan grazen, daar slapen jullie niet?
G: Nee, we slapen niet in de weilanden, dat voelt minder veilig. We slapen liefst ergens in het water, dan kunnen we slapend drijven en dat is, zeker als we met veel zijn, heel rustgevend. Hé, je moet wel bij de les blijven. Als je al wilt kletsen terwijl ik slaap, moet jij wel geconcentreerd blijven.
De gans heeft gelijk, ik word afgeleid doordat er een strooi auto langsrijdt en ik kijk even uit het raam, waar de zwaailichten vandaan komen. Maar hij heeft me meteen bij mijn kladden en hij heeft gelijk.
M: Sorry, ik was even afgeleid. Maar laten we verder gaan. Dus jullie eten overdag op het land en zoveel mogelijk in weilanden en slapen ’s nachts op het water. Dus als ik aan ’t Gooi denk waar ik woon, dan zie ik jullie heel veel rond de weilanden rond het Gooimeer in Natura2000 natuurgebieden en dan slapen jullie waarschijnlijk in het Gooimeer?
G: Als jullie dat allemaal zo noemen dan zul je wel gelijk hebben.
M: Maar waarom vliegen jullie dan nu zo veel rond?
G: Dat heeft dus voor een deel te maken met de sneeuw, we kunnen niet zo goed terecht op de bekende plekken, dus zoeken we het wat verder, waar minder sneeuw ligt. En als we dan weer richting onze slaapplek gaan, vliegen we rondjes om onze clubgenoten, degene die bij onze troep horen, te roepen dat het tijd wordt om weer naar de slaapplek te gaan. En die sluiten zich dan aan. Om aan allemaal duidelijk te maken dat we weer naar de slaapplek gaan vliegen we enkele rondjes, vandaar dat je ons alle kanten op ziet vliegen.
M: Maar altijd in V-vorm?
G: Ja wel heel vaak. Dat is een hele efficiënte manier van vliegen. Onze vleugels zorgen voor opwaartse druk bij het vliegen, als je nu in de luchtschaduw van degene die voor je vliegt kunt vliegen heb je veel minder energie nodig, dat scheelt heel veel. En waarom zou je geen energie sparen als je dat eenvoudig kunt doen. Daar kunnen jullie nog wat van leren.
Zeker als we echt weer naar onze zomerverblijfplaats trekken, dan hebben we die energie nodig om dat hele stuk te vliegen.
M: Waar verblijven jullie in de zomer?
G: Ver weg naar het noordoosten, jullie noemen dat Siberië zie ik aan je. Daar verblijven we de zomer en we vliegen er vaak pas naar toe als de dagen langer worden, dus nu nog niet. Dat zou te vroeg zijn, dan zijn de velden nog niet ontdooit en dan kunnen we er niet eten en onze jongen groot brengen.
M: Vertel nog eens iets over de formatie vliegen als je wilt?
G: Nou, zoals ik al zei, we vliegen in V-vorm omdat degene die achter de vleugel van een ander vliegt dan veel minder energie nodig heeft. En het zou natuurlijk niet eerlijk zijn om steeds dezelfde voorop te laten vliegen, dus wisselen we af zoals jullie dat ook doen bij ploegenritten. Zo worden we allemaal gelijkmatig moe, maar veel minder snel dan wanneer ieder voor zich zou vliegen.
M: Hoe vliegen jullie naar je zomer verblijf? Ik bedoel doen jullie dat in één keer of stoppen jullie onderweg en pauzeren voor je weer verder vliegt?
G: Dat is per troep verschillend. Wij vliegen altijd in één stuk achter elkaar naar onze zomerverblijfplaats. Dat doen we dan in enkele dagen, waarbij we wel ’s nachts slapen. Maar andere troepen doen het in etappes en vliegen een stuk en houden dan enkele dagen pauze voor ze weer verder vliegen.
M: Nou dank je wel voor je gesprek, wil je nog wat vertellen waar ik niets over heb gevraagd?
G: Ja, waarom schieten mensen ons dood?
M: Oei, daar heb ik geen antwoord op, maar ik zal het proberen. Mensen hebben vaak het gevoel dat ze de natuur moeten beheersen en misschien denken ze dan dat jullie met teveel zijn en dan schieten ze een deel van jullie dood.
G: Wat een onzin antwoord. Als wij met teveel zouden zijn, ik zeg nadrukkelijk als, dan zouden we minder jongen krijgen om weer met een aantal te zijn waar voldoende voedsel voor is. Maar zolang er genoeg voedsel is, zijn we niet met teveel.
M: Ik ben het geheel met je eens, maar helaas denken niet alle mensen er gelijk over. Sorry daarvoor.
260105

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat

Wijsheid van een ara

Soms heb ik mijn vraagstukken en soms ben ik zo slim om dat bij de dieren neer te leggen voor een klein overlegje.

De afgelopen tien maanden heb ik nauwelijks consulten gedaan. Ik vind dat ik het druk zat heb en het gaf me wat stress als ik de gesprekken tussen mens en dier er ook nog es bij moest doen. Soms verandert een leven en komen er andere dingen op je pad, hield ik mezelf steeds voor.

Maar … is dat wel zo?

Ik vraag het onze ara, Pepijn. “Natuurlijk moet je doorgaan!” is meteen zijn reactie. “Je moet wat minder druk zijn met ‘gedoetjes’ en je tijd efficiënt inzetten.”

Bwam! Dankjewel maar weer…

Als een klein kind die op zijn nummer is gezet zit ik een beetje te mokken en excuses te verzinnen.

“Je bent een brug. Je hebt die functie,” hoor ik Pepijn zeggen.

Hij laat het me in beeld zien: Je hebt het alledaagse en je hebt het overstijgende. In het overstijgende moet het goed zitten om het dagelijkse goed te kunnen doormaken met elkaar.

Dát is een interessante…

In de zorg, waarin ik veel uren in de week werk en waar mijn gedachten veel mee bezig zijn, gaat het andersom: er moet gezorgd worden dat het dagelijkse stáát (vast dagprogramma, we handelen hetzelfde om zo zekerheid en stabiliteit te bieden aan de bewoners) en alles is erop gericht om het niet persoonsafhankelijk te maken (dat wil zeggen dat het voor de bewoners niet zou moeten uitmaken wie er werkt: we doen allemaal hetzelfde en zijn allemaal betrouwbaar).

Pepijn beweert het tegenovergestelde. Hij suggereert dat het om de relatie gaat. Hoe zit dit?

“De werf is een goed voorbeeld,” haakt Pepijn in op mijn gedachten. “Alles ging anders dan normaal, maar omdat onze relatie met elkaar stáát, kunnen we heel veel aan.”

Ik ben best wat flabbergasted, want ik vind dat hij gelijk heeft. Het is ook vaak een punt van gesprek op mijn werk.

“Je mag trouwens wel iets meer thuis zijn,” maakt Pepijn gebruik van de situatie nu we toch op deze manier contact hebben. “Je kunt de gesprekken ook gewoon thuis doen, daarvoor hoef je niet naar je kantoor. Laatst ging dat ook goed.”

Ik vertel hem dat ik ga overwegen wat hij heeft doorgegeven.

“Ja, er zijn mensen nodig die draden weven,” laat hij weten, als variatie op het beeld van de brug. Draden weven, als in een web, is ook een vorm van verbinding maken tussen het bekende en het onbekende, dat wat we zien en dat wat we te weten kunnen komen via de diercommunicatie.

“Dank je wel maar weer,” zeg ik tegen hem.

“Weer graag gedaan. Het kost me geen moeite.”

Zwermende spreeuwen

In deze tijd van het jaar begin je ze weer te zien, de zwermende spreeuwen. Ze maken de mooiste vormen en het is een genot om naar te kijken. Dus wil ik hier meer van weten. 

M: Dag spreeuwen, ik zou graag met iemand van jullie willen praten over jullie bijzondere wijze van vliegen, het zwermen. Wie kan en wil daar wat over vertellen?
Het is een tijdje stil, geen contact of toch wel? Ik vraag het nog maar eens.
S: Ja, ik wil wel antwoorden maar we zijn druk, kun je ook een ander moment kiezen?
M: Natuurlijk kan ik dat, maar dat is toch helemaal niet nodig, ook al ben je druk, we communiceren op een heel ander niveau en daar maakt dat niet uit.
S: Je hebt wel gelijk, maar ik had even geen zin.
M: Dat is natuurlijk je goed recht. Is er dan soms iemand anders die wel met me wil praten?
S: Dat is nu ook weer niet de bedoeling. Ik ben niet de baas, want wij hebben geen bazen, maar ik wil wel heel graag belangrijk zijn, dus praat dan toch maar met mij.
M: Waarom wil je graag belangrijk zijn, wat betekent dat voor jou?
S: Dit gesprek loopt helemaal verkeerd, jij wilt wat weten over ons zwermen, laten we daar over praten en niet over mij.
M: Helemaal goed. Vertel eens hoe jullie dat voor elkaar krijgen om in grote groepen te zwermen zonder dat jullie botsen, dat is echt een fenomeen voor ons mensen. Wij kijken er ook met bewondering naar als jullie tegen de schemering gaan zwermen.
S: Het is eigenlijk heel simpel, we zijn als groep in een soort trance waardoor we als één geheel kunnen functioneren. Het is dus niet iets mechanisch zoals jullie mensen vaak beweren, maar we zijn echt dan een geheel, niet meer ieder vogeltje afzonderlijk, maar de zwerm als geheel. En als groepen zich aansluiten dan worden die ook opgenomen in het geheel. Soms zie je de groep uiteenvallen of juist samenvoegen en dat kan gebeuren. Als de groep opsplitst dan zijn het twee entiteiten en als het weer samenvoegt is het weer een geheel en een groep zonder individuen.

Als ik dan op internet kijkt hoe de wetenschap het zwermen uitlegt lees ik bij ChatGPT dit:

S: Ja, daar zie je het al, het wordt geheel mechanisch uitgelegd, maar het is echt heel anders. Dat komt omdat veel mensen en de wetenschap vaak helemaal, de spirituele kant van het leven missen en dan moet je een mechanische verklaring hebben. Maar als wij gezamenlijk in trance zijn en dat ontstaat vanzelf bij het formatie vliegen, dan kunnen we de mooiste dansen uitvoeren.
M: Ja, dat is wat mij zo fascineert en waarom ik zo graag dit gesprek wilde voeren. Maar dank je wel dat je dit met me wilde delen.
S: Graag gedaan.

251021

De kracht van katten

Onze katten hebben een avontuur meegemaakt. Het schip waarop we wonen moest een werfbeurt hebben. Dat wilde zeggen: ramen en deuren dicht, naar de werf varen, op de werf getrokken worden, afspuiten van het schip, lassen aan het schip, betimmering en isolatiemateriaal verwijderen in verband met brandgevaar, lawaai van de werf, nog steeds ramen en deuren dicht, kamer blauw van de las-rook, terugvaren naar de eigen plek, daar aankomen en zien dat alle bomen en struiken gekapt zijn.

We liggen weer, zijn nog niet op orde maar de katten lopen weer in en uit. Tijd voor een praatje.

“Jij vertelt ook niet veel van te voren, he?” is het eerste wat ik hoor als ik deze intense ervaring wil evalueren.

“Nee,” grinnik ik, “ik dacht: ervaar het maar. Ik kan van alles gaan uitleggen maar ik wist niet of ik daarmee veel onnodige onrust zou zaaien.”

Overigens had ik de dieren wel voorbereid, maar het klopt dat het niet in details was en vooral gericht op dát er wat ging gebeuren en dat ze gewoon rustig konden blijven want alles was onder controle.

Ik vraag de katten hoe ze alle veranderingen en onrust hebben ervaren. Ze laten zien dat ze zich teruggetrokken hebben, heel stil hebben gezeten en hun aandacht en concentratie erg in zichzelf gericht hadden.

“Dat is een interessante,” merk ik op. “Wat wij mensen in zulke situaties hebben is juist dat we erg ‘uitvliegen’ en juist ‘los’ van onszelf komen. We willen de hele situatie in ogenschouw nemen, willen beheersen, begrijpen.”

“Dat heeft geen zin,” laat een van de katten weten. “De geluiden waren niet te herleiden. Het enige wat zeker was, was de aanwezigheid van jezelf.”

Ik begrijp dat ze dat zo deden en vind het bewonderenswaardig. Door niet mee te gaan in de gekte van geluiden hebben ze zichzelf enorm veel stress bespaard.

“Toen ik jullie een keer naar buiten liet gaan omdat het naar mijn idee veilig was op dat plekje aan de wal, is Boudewijn in het water gevallen. Hij kwam helemaal nat binnen. Ik heb niet begrepen hoe hij uit het water heeft kunnen komen. Ik had er bijna kopbrekens over. Kun je uitleggen wat er is gebeurd?”

Wat de kat laat zien is eigenlijk één snelle beweging: het vallen en meteen grijpen naar iets waaraan hij zich opgetrokken heeft. Het moet haast wel een autoband zijn geweest waar hij zijn nagels in heeft weten te zetten. Als ik het zo zie/voel/ervaar, moet het een lucky moment geweest zijn: net op tijd iets vast hebben kunnen pakken en met enorme inspanning omhoog weten te komen. (Er worden vaak autobanden aan een touw gebruikt om te voorkomen dat een schip tegen de kant of tegen een ander schip aan knalt.)

Omdat de dieren twee weken binnen zijn geweest, vraag ik ze hoe ze dat hebben ervaren.

“Er was voldoende ruimte.”

Dat is fijn om te horen. Het klopt inderdaad dat ik de deuren zoveel mogelijk open had zodat ze ook naar de roef en de stuurhut konden. En het schip zit vol verstop- en klimplekjes.

“Enne… dat plassen en poepen dat jullie op allerlei plekken deden terwijl er twee kattenbakken stonden…?”

“Dat bepalen we zelf wel,” krijg ik wat opstandig te horen. De rakkers. Nou ja, ik heb er ook geen punt van gemaakt. Alles stond zo op z’n kop…

“En nu zijn jullie terug en ondertussen hebben ze alle bomen en struiken gekapt. Hoe is dat voor jullie?” “Ontzettend kaal, maar de nachten zijn heerlijk.”

De dieren genieten inderdaad weer enorm van het buiten zijn. Ze kunnen uren weg zijn om vervolgens weer ergens in het schip een slaapplekje te zoeken.

Nou, wat ik weer geleerd heb van katten: de kracht van het stilzitten en ondergaan met behoud van een bepaalde vorm van alertheid.

Misschien komt de uitdrukking dat katten negen levens hebben daar onder andere vandaan. Ze kunnen heel wat situaties aan.

Kaila gedraagt zich onmogelijk

Onze hond Kaila heeft iets nieuws bedacht en het stoort me langzamerhand. Als we op de hei wandelen, daar mag ze los lopen en wandelen we altijd over de paden en heeft Kaila haar vrijheid om haar wandeling te lopen. Ze loopt nooit vlak naast me, ze houd van haar vrijheid en is soms ook volledig uit het zicht voordat ze weer bij me komt lopen. Maar al een aantal dagen gaat ze daarin veel verder. Ze loopt niet mijn paden maar ze loopt andere paden rustig honderd meter verderop en liefst langs de fietspaden waar ze niet erg op de fietsers let maar waar wel de meeste konijnenkeutels te vinden zijn en die eet ze op. Het zijn net een soort dropjes voor haar, ze smult er van, alleen van de verse.

M: Kaila, waarom loop je sinds enkele dagen zo ver bij mij vandaan, voor mijn gevoel veel te ver.
K: Ja, ik loop wat meer mijn eigen wandeling, maar ik ben me er niet echt van bewust dat jij dat niet fijn vindt. Aan de andere kant wil ik wel mijn vrijheid hebben en gewoon op zoek gaan naar het lekkers dat overal ligt.
M: Dat is voor mij wel een reden van zorg. Je weet dat ik je graag toch enigszins in de gaten wil houden vanwege je drugsgebruik. Als je het vindt dan eet je ervan en je wordt er erg beroerd van, echt ziek. Daar probeer ik je voor te behoeden, maar je geeft me daar geen gelegenheid voor op deze ma-nier.
K: Ja en dan hoef ik natuurlijk niet te komen aanzetten met ik ben wijs genoeg om daar zelf op te letten omdat ik weet dat dat helaas niet zo is.
M: Dat is het juist en dan is mijn vraag: hoe kunnen we dit weer zo maken dat we allebei weer blij kunnen wandelen?
K: Ik heb je punt begrepen en zal wat meer mijn best doen om minder ver weg te lopen.
M: Dat voelt voor mij een beetje als een te vrijblijvende afspraak. Ik neem je daarom de komende dagen gewoon aan de lijn en laat je even niet los lopen, zodat je er weer aan went bij mij te blijven.
K: Dat vind ik wel erg jammer, waarom geef je me niet wat vertrouwen zodat ik het kan laten zien?
M: Daar wil ik nog over nadenken.

De volgende dag geef ik haar dan toch het vertrouwen waar ze om vraagt en ze gedraagt zich voorbeeldig. Dat houdt ze enkele dagen vol en ik laat haar weer op al onze wandelplekken, hei, bos, enz. los lopen en ze doet het echt goed. Dagelijks maak ik haar een compliment. En dan gaat het opeens weer mis, enkele dagen later.

Ik ben zwaar door mijn rug gegaan en heb moeite met lopen, maar vooral met bukken, opstaan uit een stoel of weer gaan zitten. We maken de middagwandeling op de hei en ze gedraagt zich weer als vanouds en loopt ver weg op andere paden, enz. Daar spreek ik Kaila op aan.

M: Kaila, waarom was je vandaag weer zo weerbarstig?
K: Heel simpel, jij was niet in orde en kon niet optreden als roedelleider, dus had ik weer vrij.
M: Voelt dat niet een beetje als verraad aan mij?
K: Nee helemaal niet. Ik ben hond weet je nog, hadden we het laatst al over gehad. Als de roedelleider niet meer kan leiden, dan krijgen anderen de kans om roedelleider te worden. En treedt er dus chaos op en in die chaos, komt de nieuwe sterke leider boven drijven. Ik ondermijnde alleen maar op een hele natuurlijke manier jouw gezag.
M: Dat heb ik gemerkt en vond ik niet echt fijn.

De volgende dag neem ik pijnstillers in om me fatsoenlijk te kunnen bewegen. Ik wandel weer met Kaila op een plek waar ik haar in het bos beter onder toezicht kan houden dan op de hei.

M: Ik heb je vandaag weer het vertrouwen gegeven dat je los mag lopen zonder dat je me in de steek laat of te veel je eigen gang gaat.
K: Dat stel ik zeer op prijs.
M: Maar onderweg was er toch een mooi moment. Je wandelde in de buurt van mij en keerde ineens om, stak je neus in de lucht, liep terug en ging ergens naar op zoek.
K: Dat moment herinner ik me nog goed vanochtend.
M: Maar je was zo bezig met je neus dat je dreigde een ander bos in te lopen waar we niet mogen komen. Ik riep je terug en je aarzelde even en ik zag je je neus min of meer uitschakelen en omdraaien en weer naar mij terug komen. Dat vond ik een mooi moment en dat deed je weer voortreffelijk.
K: Ja, vond ik best wel moeilijk, ik wilde mijn neus achterna lopen en was lekker bezig, maar jij verstoorde dat door me terug te roepen op een manier waarop je duidelijk maakte dat het menens was. Dus besloot ik je niet te negeren en weer gewoon met je mee te lopen.
M: Dat was mooi, maar waarom deed je dat, terwijl je gisteren nog afstand van me hield.
K: Je was duidelijk weer de onbetwiste roedelleider, die gehoorzaam je. Ook al ben ik een hond en wil ik af en toe ongehoorzaam zijn omdat ik een grote vrijheidsdrang heb. Maar gelukkig geef jij me heel veel ruimte binnen die vrijheidsdrang, daarom kan ik ook gehoorzamen wanneer dat nodig is.
M: Dank je wel. Ik hou van je, je bent echt mijn maatje.
K: Wederzijds.

250924 – 251001