Tag Archief van: hond

Een mooi verhaal

Het was nog voor 2016 toen een vrouw van in de 80 me verbolgen opbelde. Ze wilde graag een hond uit het asiel een thuis geven maar de mensen bij het asiel vonden haar te oud. Ze heeft moeten praten als Brugman om de hond toch te mogen krijgen.

De hond had al een verleden en was bang en schuw. Toen ik bij hen op bezoek kwam, liep de hond langs de muren, op haar hoede. Ondanks dat ze dit gedrag liet zien, liet ze me in het contact via de diercommunicatie weten dat het háár keus was om zich zo te gedragen. Dit gaf haar veiligheid en het gevoel regie te hebben.

We hadden in de tijd erna af en toe contact. Ik kreeg een kerstgroet en de vrouw liet soms weten hoe het ging. Ik moest altijd glimlachen om haar berichten. Ze hadden het goed met elkaar.

Uit goede zorg voor de hond dacht de vrouw na over de tijd dat zij er mogelijk niet meer zou zijn. Ze vond dat ze zo’n moeilijke hond niet aan anderen kon overlaten en ze vroeg mij om aan de hond te vragen wat ze ervan vond als ze samen het leven zouden beëindigen. De hond was er (na even schrikken) duidelijk in: ‘Haar tijd is niet mijn tijd.’

Een paar jaar later kwam de vraag weer boven bij de vrouw en ze mailde me:

“Ik hoop natuurlijk nog enige jaren samen door het leven te gaan, maar ze kent zichzelf niet. Ze is een doodsbange schuwe hond met als eerste reactie vluchten, maar ze is ook heel nieuwsgierig. Hoe meer men haar negeert, hoe eerder ze bij je komt! En ze luistert alleen als het haar zint. Ik ben zo bang dat als ik er niet meer ben ze in goed bedoelende maar gehoorzaamheid-eisende handen zal vallen en zal vluchten zo gauw ze kan. Naar wat en wie?”

Ik begreep de zorg van haar en samen met de dierenarts en een nicht spraken we af dat we de beslissing uitstelden tot de tijd daar was.

En die tijd kwam een aantal weken geleden.

Het bleek dat de vrouw het laatste half jaar in een huis werd verzorgd waar ook andere mensen met dementie woonden. De hond mocht mee en deed het erg goed tussen al die mensen. Als de nicht daar op bezoek kwam, zei de vrouw: “Wat doet die hond hier toch steeds? Vader moet hem meenemen.”

De vrouw overleed en de nicht belde mij op. Toen haar tante nog leefde en goed bij was, had ze haar elke keer moeten beloven de hond in te laten slapen als zij er niet meer was. Maar ja, nu was er een verzorger die erg goed met de hond kon opschieten en haar wel in huis wilde nemen. De nicht wilde de wens van haar tante respecteren maar wilde ook weten hoe de hond erin stond.

Ik maakte contact en de hond liet zien dat ze een begeleidende rol had gehad naar de vrouw toe. Ze had wat moeten inleveren qua energie (uitbundig vrij rennen zat er nooit in) maar ze hield erg veel van de vrouw en ze vond zichzelf een geleidehond.

Ik legde haar het dilemma voor waar de nicht voor stond: zou ze een spuitje willen? Het was even stil toen ik de vraag stelde. Toen kreeg ik letterlijk hartzeer door en een diepe teleurstelling: ‘Is dit de beloning na zoveel jaren trouwe dienst?’

Gelukkig kon ik de hond snel geruststellen en uitleggen dat de kaarten nu anders lagen dan toen de vrouw nog helder van geest was. De nicht vertelde dat als tante geweten zou hebben dat er een lieve man was die haar graag een thuis wilde geven, dat tante dit met open handen had aangepakt.

Na zoveel jaren samen, waar de hond en de vrouw veel voor elkaar hebben kunnen betekenen, heeft de hond nu een nieuw veilig thuis gekregen waar ze haar laatste jaren mag doorbrengen. Het gaat haar goed.

I.v.m. privacy is de hond op het plaatje niet de hond om wie het gaat

Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf.

Als ik ’s morgens de houtkachel aansteek, komt  de hond er altijd bij en schurkt zich blij en verwachtingsvol tegen me aan. ‘Ja,’ zend ik met een telepathische grijns naar hem uit, ‘jij kunt geen kachel aansteken.’ Ik krijg heel rustig terug: ‘Nee, inderdaad, maar ik kan andere dingen.’ Hij geeft door dat hij altijd blaft als er mensen komen en ik antwoord met een dankbaar complimentje zijn kant op. Nu ik hem toch ‘aan de lijn’ heb, wat helemaal niet vaak zo bewust gebeurt, vertel ik hem dat ik een boek aan het schrijven ben over deze vorm van communiceren met dieren. Ik krijg het beeld terug van een mergbotje: die wil hij wel weer eens hebben, dan heeft hij ook wat te doen als ik lang achter de computer zit. Ik beloof die te gaan kopen en vraag wat hij ervan vindt dat ik dit allemaal schrijf. ‘Het is voor een hoger doel,’ hoor ik. De hond vindt het belangrijk dat er kennis van dieren overgebracht wordt: ‘Mensen zijn vaak zo gevoelsarm, ze moeten leren dieren serieus te nemen. Dieren zijn geen voetvegen.’

 

Ook de papegaai vindt het tijd worden dat mensen naar dieren luisteren: ‘Dieren hebben een scala aan gevoelens. Mensen gaan daar vaak zo bot mee om. Deze vorm van communiceren met ons moet de wereld in. Wij moeten een stem hebben. Vertel de mensen over ons! Wij zitten niet alleen opgesloten in huizen en hokken, maar ook in ons lijf. Wij willen gehoord worden. Luister naar dieren! Mensen hebben niet het alleenrecht van spreken. Je zult op weerstand stuiten, maar dan kom je maar weer met mij babbelen.’

Een van de katten vindt het leuk dat ik met ze communiceer. Volgens haar is er nog veel werk te doen op dit gebied: ‘Dieren moeten bevrijd worden van het stempel dat mensen hen gegeven hebben. Dan kunnen dieren hun aardse taak voor mensen beter vervullen omdat ze meer ingangen hebben. Mensen raken zo verward in elkaar. Dieren zijn puur, laten mensen hun ware bestemming zien, waardoor mensen ook zorgvuldiger met elkaar kunnen leren omgaan. Mensen maken er absoluut een zootje van. Dieren hebben de taak mensen op te richten, te genezen, zuiver te maken. Maar dan moeten dieren wel eerst bevrijd zijn van aardse beslommeringen en ongemakken. Dieren moeten hun plaats krijgen.’

Uit: In de Stilte hoor je alles

Het is tijd

Sjaan is al negen jaar en twee weken mijn trouwe compagnon.

Tijdens gesprekken met dieren ligt ze op mijn schoot of onder de tafel. En als ik achter de computer aan het werk ben, zit zij op de stoel naast me.

Vaak is zij de reden waarom ik stop met werken om naar buiten te gaan.

Vandaag stond ze ineens op tafel, tussen de laptop en mij in.

Op zo’n moment gaan we niet in gesprek, maar later wil ik toch weten hoe ze dat nou had.

“Ja, je wilde al een paar keer bijna weg. Iemand moet op een keer een punt maken en ik denk dat ik beter weet wanneer het echt tijd is.”

Daar heeft ze wel gelijk in. Het is zo makkelijk om maar door te gaan.

“Bovendien had ik al een paar keer aanwijzingen gegeven,” vervolgt ze licht verwijtend.

Ik voel me bijna op het matje geroepen.

Ik denk aan al die keren dat ze bij vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen is en altijd zo braaf ligt te slapen.

“Ik doe het, maar je kunt ook overdrijven,” haakt ze in op mijn gedachten.

Ze heeft haar punt wel gemaakt. Ik heb het begrepen en ik vraag of ze nog wat te zeggen heeft want dieren krijgen bij mij altijd het laatste woord.

“Volgende keer iets eerder luisteren. Dat scheelt mij een hele klim.”