Tag Archief van: cavia’s

Dwalende gedachten en dolende zielen

Soms loop ik wat te piekeren over wat voor een blog ik zal schrijven. Ik heb net cavia´s verzorgd van mensen die op vakantie zijn en op de terugweg denk ik aan hoe leuk ik ze vind. Ik heb altijd cavia´s gehad en er enorm van genoten maar, heel raar, de zin van hun bestaan ontgaat me ten enenmale. Ja, in Zuid-Amerikaanse landen zijn ze een voedselbron en kunnen ze ook als huisdier gehouden worden (waar ze op een gegeven moment opgegeten worden). Als ik het er met de cavia’s over heb, hoor ik: ‘Wie ben jij om te bepalen welk leven zin heeft?’ Daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in.

Mijn gedachten dwalen af naar dieren in oorlogsgebieden, dieren in de vee-industrie en de Vakbond voor Dieren. Ik word altijd behoorlijk moedeloos als ik eraan denk hoeveel dierenleed er wereldwijd is. De cavia’s haken nog even aan: ‘Ja, het complete pakket is hier op deze wereld. Je hebt het te doen met dat wat je tegenkomt. Geniet daarom gewoon van ons; wij leven ons leven. En maak je keuze in wel of geen vlees eten. Of welk vlees.’

Mijn aandacht gaat weer naar de site die ik net bezocht had over dieren in oorlogsgebieden. Ik krijg contact met een hond in een onveilig gebied. Het dier wordt opgevangen in een asiel en hij laat duidelijk zien dat het lijf het huis is. Dat moet goed zijn.

Als dat lijf niet meer functioneert, is het nog wel even te doen maar op een gegeven moment niet meer. Hij laat zien dat je dan gewoon uitstapt en ergens anders verder gaat (wij noemen dat doodgaan).

Ziekte is volgens hem nog te doen (ook als het lichaam heel slecht functioneert), maar wat hij erger vindt is angst. ‘Bij angst is het lijf een last. Je kunt er niet uit, je kunt het niet verlaten. Ja, even, dan dwaal je wat rond. Maar je moet terug in het lijf om door te gaan.’

Wat hierop volgt is een beeldgesprek tussen de hond en mij. Hij laat zien dat het kan gebeuren dat het lijf waar je even uitgetreden was, ondertussen bezet kan zijn door een andere ziel die even uittrad. Soms kan dat samen gaan maar het kan ook zijn dat twee (of meer) teveel is en dan blijft een ziel dolen. Het lichaam is dan niet meer beschikbaar.

Volgens de hond worden ze op een gegeven moment wel opgehaald door de groep honden in het veld, maar dat kan een tijd duren. ‘We zijn niet aangesloten als we dolen en pas als we een beetje uit onze cocon durven komen, kunnen we aanhaken.’

Ik vertel de hond in beeld dat ik iemand gekend heb (ze is inmiddels overleden) die heel veel gedaan heeft voor dolende mensenzielen. Letterlijk hele volksstammen heeft ze naar het Licht kunnen verwijzen. Ze was hier dagelijks druk mee, tot in haar tachtigste jaren. We praatten daar wel eens over en ze was altijd blij dat we dit soort dingen konden uitwisselen omdat ze maar weinig mensen kende met wie ze hierover kon praten. Deze vrouw heeft naar mijn idee heel veel goed (onzichtbaar) werk verricht. Maar elke keer eindigde ze met: “Met planten communiceren lukt me wel. Ik moest een keer in de nacht m’n bed uit omdat twee planten ruzie hadden omdat ze niet naast elkaar wilden staan. Toen ik ze uit elkaar gezet had, was het rustig. Maar wat me maar niet lukt is om met dieren te communiceren.” Ze vond dat altijd jammer, terwijl ze zoveel heeft kunnen betekenen voor al die mensenzielen.

Later zoek ik op of honden ook kunnen dissociëren. Bij honden wordt het shutdown genoemd. En, hoe pijnlijk, het wordt vaak verward met gehoorzaamheid.

Cavia(‘s)

Ik heb wat met cavia’s. Het gaat nergens over, zeg ik vaak oneerbiedig over ze, maar ik geniet enorm van die diertjes. Als kind had ik ze al en ook onze kinderen heb ik cavia’s niet onthouden. Toen iedereen de deur uit was vond ik het wat kinderachtig (net of cavia’s alleen kinderdieren zijn) om weer een cavia in huis te halen maar ik vond een goed excuus: cavia’s zijn goed gezelschap voor papegaaien. En zo kwamen er drie al wat oudere cavia’s uit de opvang aan boord.

Vreemd genoeg zaten de cavia’s in de opvang in kleine hokjes. Heel apart vond ik dat. Zelf maakte ik een ruimte van 1.20 bij 1.20 vlak naast de kachel, zo laag dat ze ook door de hele kamer konden lopen. Onze kat Bach heeft haar laatste dag doorgebracht tussen de cavia’s.

Ook het leven van cavia’s is eindig. Lady was al een tijd dood, Bloempje (die op een gegeven moment door vrienden gebracht was) was ook al een tijd geleden overleden en Marie en Randy bleven over. Toen ik in december onverwacht naar het ziekenhuis moest hebben de volwassen kinderen de zorg voor de dieren op zich genomen. Ze zeiden: “Wat er ook gebeurt, we moeten de dieren in leven zien te houden!” En prompt overleed Marie in de eerste nacht dat ik in het ziekenhuis lag. Randy bleef alleen over.

Ik vind Randy een bijzondere cavia. Hij was het enige mannetje tussen de dames en ik beschrijf hem vaak als ‘aangenaam’. Dat is een rare term voor iemand maar ik heb er geen ander woord voor. Ik ben erg op hem gesteld. Toen hij na mijn terugkomst geëvacueerd werd omdat ik mogelijk last zou hebben van het zaagsel, vond ik dat niet zo leuk. Zodra het kon mocht hij van mij terugkomen.

Er was een echt caviahok voor hem gekocht met tralies van boven zodat Randy veilig was bij de kleinzoon van twee. Maar wat moest ik met zo’n hok? Ik vond het veel te klein en opgesloten. Dus binnen een week stond de grote bench in de kamer en binnen tien minuten zaten zowel de cavia als de hond en de kat in de bench. Everybody happy.

Tijd voor een gesprekje met Randy. Dat doe ik niet zo vaak met eigen dieren maar soms is het wel leuk en ook Randy waardeert het, laat hij al snel weten. Maar ja, waar praat je met een cavia over? Dus ik vraag maar es aan hem of ik ‘in’ hem mag om te ervaren hoe hij leeft. Meteen laat hij voelen dat voedsel dat hij tot zich genomen heeft lekker z’n werk zit te doen. Hij eet snel, knaagt/schuift het naar binnen en gaat dan liggen verteren. Hij vindt het heerlijk om gevuld te zijn. Het klopt met wat ik altijd zie: dat uitgebreid en gelukkig liggen te liggen. Randy maakt van de gelegenheid gebruik om ‘dat witte’ te laten zien. “O, je bedoelt witlof. Ja, het klopt, dat zat er vanochtend niet bij.” ’s Avonds zorg ik dat er een stukje witlof tussen de andere groenten zit.

Ik vraag hem hoe hij het heeft ervaren dat Marie er niet meer was. “We hebben afscheid genomen,” is het simpele antwoord. Ik zeg hem dat hij er nog steeds goed uitziet met zijn ruim acht jaar. Hij geeft aan dat het hier zijn tijdloos is voor hem. Tijd is niet van belang.

Randy is altijd een wat bolle cavia geweest. Niet dik, maar inderdaad: goed gevuld. Toen ik hem een tijdje geleden vastpakte vond ik hem dun en een echt oude man. Op zijn logeeradres is hij weer dikker geworden en ik vraag hem hoe dat komt. “Marie at sneller,” antwoordt hij. Ik schrik en zie dat het ernstige nalatigheid van mij is dat ik dat niet door had. Ik gaf ze altijd groente op twee schoteltjes maar met dat ik dat denk, hoor ik Randy grimassend zeggen: “Denk je dat wij ons aan schoteltjes houden? Marie at gewoon sneller de laatste tijd.” Het klopt dat ze tot het eind toe goed gegeten heeft.

Randy vindt dit gesprek een leuk intermezzo. Ik heb toch nog een belangrijke vraag voor hem, namelijk hoe hij het ervaart dat de kat en de hond bij hem in en uit kunnen lopen. “Prima. Voor de kat loop ik toch weg als hij met z’n poot speelt en de hond is wat lomp maar daar loop ik gewoon onderdoor.” Hij sluit het gesprek af met dat hij een goed gevulde cavia moet blijven. En ik grinnik want ik heb me al zo vaak afgevraagd waar al dat hooi toch blijft dat ik geef. Een wonder: hele bulten worden verwerkt tot kleine compacte keuteltjes. Dat bedoel ik met dat het nergens over gaat. Maar ik geniet enorm van deze diertjes en speciaal van deze kleine relaxte man.