Berichten

Een gesprek met een kraai in India

Ik heb dit gesprek met een kraai die voor mijn neus in een boom zit. Hij spreekt over een trauma, blijkbaar hebben dieren ook trauma’s uit ervaringen die ze opdoen. Hij spreekt hier over de zware tropische cycloon Vardah (in India worden orkanen cyclonen genoemd), die de stad en omgeving van Chennai trof.

M: Beste kraai, je zit alsmaar mijn aandacht te vragen, zullen we praten?
K: (kraai vertrekt)
M: Sorry, ik zal me eerst fatsoenlijk voorstellen, ik ben …, kunnen we nu praten?
K: (kraai is weer terug, zit nu op de grond voor mij). Wat ben jij vreemd om met me te praten. (Kraai begint opgewonden te krassen)
M: Zou je het niet leuk vinden met elkaar te praten? Wat wil je vertellen over hoe je leven is?
K: Meestal wel goed, maar die hevige storm/cycloon enige jaren terug heeft wel veel vrienden het leven gekost en zo ben ik mijn vrouwtje kwijtgeraakt.

Die hevige storm/cycloon enige jaren terug heeft wel veel vrienden het leven gekost en zo ben ik mijn vrouwtje kwijtgeraakt

M: Wat erg voor jou en jullie gemeenschap. Hoe hebben jullie het overleefd?
K: We voelden aankomen dat er een zware storm kwam en dus hebben we beschutting gezocht in een grote slaapboom. Maar veel bomen zijn omgewaaid en dan kun je je niet meer vasthouden en dan ben je speelbal van de wind. Die kraaien hebben we niet meer teruggezien. Ik/wij zaten in een boom die heel erg zwiepte, de ene keer vooruit, dan weer achteruit of op zij. Je moest je vleugels gebruiken om in evenwicht te blijven, maar als je dat deed, kreeg de storm vat op je en vloog je zo uit de boom. Zo is mijn vrouwtje verdwenen. Mijn poten zaten om de tak verkrampt en zo heb ik geluk gehad en het overleefd.
M: Wat een heftig verhaal zeg. En gaat het nu wel goed met je?
K: Jawel, ik ben een oudere eenzame kraai, maar kan me goed redden. Ik heb snel door waar eten te vinden is en wanneer, want je moet er snel bij zijn anders eten anderen het op.
M: Dus jij red je goed hier. Vond je de papaja lekker vanochtend?
K: Jazeker, dat was lekker. Waarom ben jij er zo weinig, want ik heb je vroeger vaker gezien, maar nu zie ik je nauwelijks.
M: Ja dat klopt. Het werk dat ik hier doe wordt steeds beter gedaan door de mensen hier, dus hoef ik minder te komen en ik word ook wat ouder.
K: Dat begrijp ik allemaal. Wat doe je voor de vogels hier?
M: Een goede vraag waar ik nog geen antwoord op heb, daar moet ik over nadenken. Mag ik dat later beantwoorden?
K: Dat is goed, kom weer veilig terug.
M: Dank je wel voor het gesprek, wil je nog wat zeggen?
K: Dit was wel grappig dit gesprek.