Berichten

Ratten (4)

Het was een periode rustig op ons schip qua ratten. Totdat we kippen aan boord namen. Dat is vragen om mee-eters, ontdekten we. Als ze buiten op het dek gebleven waren was dat helemaal goed. Maar de ratten hadden een ingang gevonden die ik niet kon vinden en een aantal jaar hadden ze hun woonplek tussen het buitendek en het plafond. Dat wil zeggen dat ik ze ’s nachts hoorde rennen. Dat ik hoorde hoe jongen zaten te piepen, precies boven mijn bed. Dat ik zelfs rattenruzies hoorde en ze hoorde knagen.

We hadden dolle nachten: de hond blaffen, ik uit bed om met een stok tegen het plafond te tikken zoals mensen denk ik doen als ze last van de buren hebben. En ik kon praten wat ik wilde: de ratten bleven van mening dat we elkaar niet dwars zaten. Zij hun plek in het duister, ik mijn plek in het ruim van het schip. Ook al riep ik soms wanhopig: “Spreek ik soms Spaans?!” en “Hebben jullie ouders of grootouders jullie niet doorgegeven dat ik dit niet wil?”, ze bleven hun plekje houden.

Soms waren er ineens dikke vliegen in de kamer en dan wist ik: er is een rat gestorven. Het ergerde me enorm dat we zo van mening verschilden en ik ze niet kon overtuigen van een andere woonplek. De eerlijkheid gebiedt me dat ik twee keer muizengif heb neergelegd. Dat zal op mijn sterfbed weer boven komen, vermoed ik. Ik heb ook een keer een man gesproken wiens werk onder andere is om rattenvallen neer te zetten en hij gaf mij geen schijn van kans aan boord. Mocht ik al overwegen vallen te plaatsen (wat ik niet deed) dan schatte hij de kans dat er een in zou gaan op nul.

Op een nacht, het was volle maan, keek ik naar buiten en zag op het dak van het houthok twee ratten naast elkaar zitten. Hun vier oortjes staken prachtig af tegen de lucht. Ze zaten er zo vredig dat ik op slag vrede sloot met alle ratten. Dit verzoenende beeld maakte bijna dat ik met een glimlach luisterde als ik het getrippel hoorde.

Gelukkig vond ik tijdens een dakreparatie het gat waar de ratten in- en uitwipten. Met behulp van een nachtcamera kreeg ik ook een beetje het ritme door. Tijd om opnieuw in overleg te gaan met de dieren. Ook nu was het weer eenrichtingverkeer. Maar dat maakte me inmiddels niet meer uit. Als ik mijn mededeling maar kon doen en dat was dat ik ze waarschuwde wanneer ik de ingang ging afsluiten. Ik denk dat het hielp dat het zomer was en dat ze een goede buitenplek vonden.

Het is nu al een half jaar stil boven het plafond. Buiten op het dek lopen ze nog vrolijk rond maar dat vind ik niet erg. Het is zelfs bijna aandoenlijk als ik sporen van nestmateriaal vind: een aangevroten oude deken, stukjes touw. En wat ze toch met stenen hebben? Regelmatig is het een geschuif van jewelste. Zelfs de appels aan de appelboom die op het ponton naast het schip ligt worden door de ratten gegeten. Het is een levendige boel aan boord!

En ach, ook al communiceren we slecht met elkaar, ik geloof dat er wel wederzijdse sympathie is en vanuit mijn kant zelfs bewondering voor de beestjes.

 

Ratten (3)

Vandaag sluit het rattenhotel. Het bovenste deel van de compostbak gaat naar de wal en wat al goede compost geworden is, strooi ik uit over de tuin. Ik stop een aantal gaten en de twee mooie holopeningen dicht met wat hooi en grond. Daarna haal ik zakken boomschors die ik op het pad uitstrooi.
’s Avonds word me duidelijk dat je je dromen en wensen nooit moet opgeven. Verschillende mensen hadden gezegd dat ik nooit een rat zou kunnen fotograferen en ik ben zo dom om zonder fototoestel naar buiten te gaan. En juist dan zie ik er weer een. Hij loopt heel mooi op het dunne richeltje van de reling. Dan hoor ik een plons. Hij is minstens 3,5 meter naar beneden gesprongen.
Ik wacht, nu met fototoestel, of ik er nog een zie. Ondertussen maak ik contact met de rat die van boord gesprongen is. Er is een veel vrediger sfeer tussen ons. Ik kan van hem begrijpen dat dit een ideale plek is om de winter door te brengen. Ik zeg hem dat ik het ook een mooie plek vind en ik vraag me af of ratten en wij zouden kunnen samenleven. Alles in me zegt van niet, maar het kan heel goed dat het een opgelegd beeld is wat we elkaar als mensen hebben wijsgemaakt. Ik besluit er op dit moment geen oordeel over te hebben en dat maakt dat we gewoon vredig in elkaars energie kunnen hangen. Ik begin zowaar aan relatieopbouw te doen.
Het rattenhotel is vandaag dan weliswaar gesloten, maar nog niet verlaten.

NB Op het moment dat ik dit schreef kon ik niet weten dat een paar jaar later de vredige sfeer tussen behoorlijk op de proef werd gesteld. “Praat ik soms Spaans?” heb ik meermalen vertwijfeld naar de ratten geroepen die inmiddels hun intrek in het schip hadden genomen. Maar daarover meer in deel 4.