Berichten

Lessen van een aap

Deze aap ziet meteen aan mij dat ik geen staart heb. Hij blijft me observeren terwijl ik hoor dat een staart belangrijk is voor evenwicht.

‘Hoe kun je dan door bomen slingeren?’ vraagt hij zich af.
‘Dat kan ik niet.’
‘Wat beperkt!’

Er lijkt ineens een kwartje te vallen bij de aap. Hij laat zien dat mensen altijd met auto’s komen, dat ze op de grond blijven, dat ze traag zijn in hun lopen en stijf. Hij vindt het allemaal maar een beetje zielig.

‘En altijd zorgen. Dat houdt ze neer.’

De aap kijkt met verbazing naar mensen met al hun hulpmiddelen (auto’s, kleren, spullen).

‘Ik ben van alles voorzien,’ zegt hij.
‘En als het regent?’ vraag ik slim. Ik zie hem al voor me met een hoosbui over zich heen, zonder paraplu of regenjas.
‘Dat gaat over.’

Omdat ik het net met de krokodil over angst had gehad, vraag ik of deze aap wel eens bang is.

‘Bang? Nee, maar ik moet wel opletten.’

Hij schijnt veel kabaal te maken als er wat aan de hand is, wat een afschrikaffect heeft.

‘Opletten hoort erbij. De onverstoorbaarheid van de krokodil ken ik niet. Dan word ik gegrepen.’

Ik zie een grote hand die hem bij de schouders pakt, dus ik vermoed dat hij ook voor soortgenoten moet oppassen. Zal wel een hiërarchiekwestie zijn.

‘Wat kunnen we van jou leren?’ vraag ik hem.
‘Het zorgelijke is zo kleinzielig.’

Wees wat meer kroko

De krokodil bekijkt mij goed en merkt op: ‘Beetje spanning?’. Ik moet toegeven van wel, ja. Ik heb al lange tijd met een krokodil willen praten en toen ik een stel recente foto’s toegestuurd kreeg van iemand die door Afrika had gereisd, was ik blij verrast dat er een krokodil tussen zat. Maar ik zie in dat spanning niks toevoegt, dus ik ontspan en laat me verder bekijken door het dier.

Ik merk een grote oplettendheid bij hem en onwillekeurig geef ik hem het beeld terug dat ik ken van krokodillen: passief liggend. ‘Vergis je niet. Mijn lijf lijkt niet in actie, maar mijn geest verspreidt zich over een groot gebied. Ik zie veel, maar reageer op weinig.’

Ik weet dat hij met ‘zien’ niet het kijken door de ogen bedoelt, maar vooral een waarnemen met zijn zesde zintuig, zoals wij dat zouden noemen. Hij heeft donders goed door wat er in zijn domein gebeurt. Dat domein schijnt een groot gebied te zijn waar hij helemaal in thuis is. De zon vindt hij heerlijk. Hij laat ook zien dat hij in de nacht langzaam door water kan glijden.

De vraag komt in me op of hij wel eens bang is.

‘Bang?! Ik gebruik al mijn zintuigen. Als je in je kracht staat, ken je geen angst.’ Maar hij weet wel wat ik bedoel met angst. Dat komt omdat het evolutionair een heel oud dier is. De angstervaringen liggen kennelijk ergens nog genetisch in hem opgeslagen, maar hij leeft er niet mee.

Ik laat hem even het beeld zien van krokodillenfarms in Australië, waar krokodillen hutjemutje op elkaar gepropt liggen te groeien om tot voedsel te gaan dienen voor mensen. De krokodil is niet bijster onder de indruk en geeft mij meteen het beeld terug dat mensen dat ook kunnen doen door andere mensen op te sluiten in gevangenissen. Hij zegt erbij: ‘Ik heb er niet voor gekozen om op zo’n farm terecht te komen.’

Daarmee is het hoofdstuk voor hem niet meer bespreekbaar.

‘Wat kunnen wij van jou leren?’ vraag ik de krokodil. ‘Onverstoorbaarheid.’
Hij laat nogmaals zijn basishouding zien, vervolgens dat zijn acties doeltreffend zijn: gespitst en gefocust op voeding, dan met alle kracht een prooi vangen. Daarna volgt weer onverstoorbaarheid.
‘Wees wat meer kroko: reageer niet op alles.’