Berichten

Hondje Patron

De afgelopen weken verschenen er diverse YouTube filmpjes over het Oekraïense hondje Patron. Ze zou meegegaan zijn met een soldaat naar het front waar ze inmiddels is ingezet als hond die explosieven opspoort die door de Russen zijn achtergelaten. Daarmee zou ze inmiddels al een kleine honderd levens gered hebben. Wat is daar van waar? Dus ben ik op zoek gegaan naar verbinding.

M: Dag Patron, mag ik met je praten?
P: Dat mag.
M: Wat kun je me vertellen over jezelf?
P: Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

Niets, ik ben oorlogsgeheim en ik kan je dus niets vertellen over mijzelf.

M: Houdt ons gesprek dan hier op?
P: Ja.
M: Dat was ene heel kort gesprek dan.
P: Maar we kunnen wel praten als we de oorlog gewonnen hebben. Dan mag je je weer melden.
M: OK.

220508

Patron en ik hebben daarna nog enkele contacten gehad en vandaag probeer ik het weer.
M: Mijn gesprek van vandaag zal niet gepubliceerd worden voor de oorlog met de Russen tenminste tot rust is gekomen. Kunnen we onder die voorwaarden wel al vast met elkaar praten? (Aan het einde van het gesprek liep het toch anders)
P: Dat kan.
M: Je hebt mij de afgelopen dagen laten zien dat er rond jou een mythe is gemaakt en dat de filmpjes die er rondgaan, allemaal fake zijn. Nagemaakt, maar niet echt. Klopt dat?
P: Ja dat klopt, ik wilde je dat eigenlijk niet vertellen, maar het is misschien toch wel belangrijk dat je deze dingen begrijpt. Inderdaad op voorwaarde dat je dit voorlopig niet publiceert.
M: Ik voel me geëerd door je vertrouwen. Ben je niet bang dat ik door jouw bekentenis anders tegen de oorlog aan ga kijken?
P: Nee, dat ben ik niet. Ik denk dat je juist meer bewondering voor ons gaat krijgen over wat wij allemaal kunnen in deze oorlog.
M: Ja, daar heb je zeker een punt. Ik was me niet bewust dat informatie ook oorlog is en dat jullie op alle fronten die informatie slag heel sterk spelen.
P: Ja, dat doen we en het werkt ook. Al die beelden van mij en van andere honden laten zien hoe sterk wij en in dit verband voel ik me ook een Oekraïner, betrokken zijn bij deze oorlog en hoe inventief we met de hele informatie omgaan. Daardoor is ons imago in Europa ook van een onverzettelijk volk. In tegenstelling tot de Russen die hier jongens naar toe hebben gestuurd die liever niet willen schieten. Hoe denk je dat zoiets op het moreel van die arme Russen over komt?
M: Hoor ik je nu zeggen die arme Russen?
P: Ja, dat hoor je goed. Die jongens die hier moeten vechten doen dat niet voor hun plezier, ze zijn gestuurd en zouden ook veel liever thuis zijn.
M: Dat begrijp ik en vind ik toch wel heel groots van je dat je zo over ze kunt denken, zeker na alle beelden die we hebben gezien over gruwelijkheden die zijn begaan. Maar je hebt nog een antwoord van mij tegoed over wat ik denk dat het met het moreel doet? Ja, dat doet zeker iets met het moreel. Dus is dat een slimme manier van oorlog voeren.
P: Dat is wat ik bedoel en daar doe ik dus erg mijn best voor.
M: Dit gesprek wat we nu samen voeren is toch heel mooi om aan de mensen die onze blogs lezen te laten zien? Wil je het echt geheim houden?
P: Ja en nee. Ja, want mijn bazen willen niet dat ik dit vertel. Volgens de mythe die rond mij, en anderen, is gesponnen, zijn wij helden, maar eigenlijk zijn wij hulpjes. En dat doen we graag want ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen. En misschien mag je laten zien wat wij dieren daar in kunnen betekenen?

Ook voor ons dieren geldt dat wij ons land willen en deels ook kunnen verdedigen

M: Ik vind het heel mooi wat jullie doen en voel niet dat het onecht is. Jullie zijn op jullie manier ook helden en wat ik echt mooi vind is dat je laat zien dat jullie als dieren ook willen werken voor jullie land en dat je ook nog compassie kunt opbrengen met degene die jullie dit aandoen.
P: Daar is wel een kanttekening bij te maken. Wij hebben compassie met de arme militairen die hier naar toe gestuurd worden om dingen te doen die ze helemaal niet willen doen. Maar ze kunnen niet echt anders. Er zijn echter ook monsters onder die militairen, en daar heb ik geen enkele vorm van medelijden mee. Het zijn beesten van mensen, zo erg zouden beesten nooit kunnen zijn.
M: Daar heb je gelijk in. Maar blijft de vraag, mag ik dit met jouw toestemming publiceren of wil je het geheim houden?
P: (worstelt met zichzelf) Ik geloof dat het misschien toch goed is als je dit laat weten aan de wereld.
M: Zeker weten? Ik wil je absoluut niet onder druk zetten!
P: Ja, het is OK, doe maar.
M: Wil je nog wat zeggen?
P: Nee, dit is het wel voorlopig. Dank je wel.

220511

Pjotr uit Marioepol

Pjotr is een hond uit Marioepol in Oekraïne, we zijn al enkele dagen in contact met elkaar en nu wil ik hem vragen of hij me kan en wil vertellen over wat er de afgelopen dagen bij hem gebeurd is.

M: Dag Pjotr, denk je dat we vandaag met elkaar kunnen praten?
P: Ja dat kan, maar ik moet je waarschuwen dat het geen leuk verhaal is dat ik vertel. Dus als je niet tegen ellendige verhalen kunt, moet je dit niet willen horen.
M: Ik vrees dat ooggetuigen verhalen noodzakelijk zijn om te kunnen begrijpen wat er gebeurd.
P: Daar heb je gelijk in. Nou ik zal beginnen. Ik leefde tot voor kort in een appartement met mijn mensen die voor me zorgen. Dat was al enkele jaren zo, hoe lang heb ik geen idee. Het leven was goed, mijn mensen waren aardig en heel lief voor mij. Natuurlijk was er weleens wat, zoals in iedere goede relatie, maar verder was het goed. Ik werd uitgelaten, kon vrij wandelen en ook in huis had ik een vrij leven. Het was een zorgeloos leven en niets wees er op dat het ineens zou veranderen. Ook waren er voorafgaand geen echte spanningen in huis, je weet wel en dat merk je aan je mensen als ze spanning hebben. Dus niets van dat alles. En ineens was het overal herrie, sirenes en veel onrust bij de mensen. Ze besloten te verhuizen naar een donkere kamer met andere mensen en daar was het veel te druk en het stonk er en ineens waren ze niet meer zo aardig alle mensen daar bij elkaar. Er was veel spanning en je zag niet wanneer het licht werd. We zaten daar maar, hoewel ik af en toe als ik nodig moest, wel heel kort werd uitgelaten. Als ik dan op straat kwam zag die er anders uit en het rook heel anders. Het rook vooral naar brand en afval, maar in het begin stonden de gebouwen nog gewoon overeind.
M: Weet je hoe lang je daar in die schuilkelder hebt gezeten?

Tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen

P: Dat weet ik niet, tijd is voor ons dieren iets heel anders als voor jullie mensen. Maar misschien enkele dagen? We kwamen de kelder zoals jij dat noemt eigenlijk niet meer uit. Maar de aarde begon steeds meer te schudden en het was een ongelooflijk lawaai en een hele vieze reuk. Het was niet te harden. Op een bepaald moment werd ik zelfs alleen naar buiten gelaten omdat ik geen eten meer kreeg en mijn mensen niet meer naar buiten durfden om me uit te laten. Ze wilden het niet, maar ze moesten me wel laten gaan en ik wilde ook niet, maar buiten op straat had ik tenminste de kans om wat eten te vinden.
M: Wil je zeggen dat je op straat gezet werd?
P: Nee, geen sprak van. Ik mocht alleen gaan wandelen om mijn dingetjes te doen en daarbij ging ik ook op zoek naar eten en dat werd steeds lastiger, want er stonden geen echte gebouwen meer in de straten, maar lege hulzen, waar niemand in woonde en daarom werd er ook niets meer weggegooid en dus was er nauwelijks eten te vinden. En de herrie was soms oorverdovend, letterlijk. Dan hoorde je sirenes, je hoorde fluiten en je hoorde heel erge onweer en dan stonden gebouwen te schudden en soms vielen ze gewoon uit elkaar of in elkaar, het is maar hoe je het bekijkt. Daarna gingen mensen uit de kelders weer naar boven om in de kapotte skeletten te zoeken naar mensen of ook wel dieren. Op een nacht was de herrie en het schudden en de stank verschrikkelijk en ik was weer teruggegaan naar de kelder waar we woonden omdat het buiten zo eng was. Maar we konden er niet meer uit. De ingang was versperd en de mensen zijn urenlang met elkaar bezig geweest om de ingang en de uitgang weer vrij te maken en dat lukte met veel hulp bij de ingang, we konden er weer uit kruipen. Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan. Daar waren veel meer mensen en er was ook een beetje water, dat hadden wij niet in de kelder en al helemaal geen eten. In dat opzicht was het er wel een beetje beter en wat ook fijner was, was dat je kon zien dat het licht of donker was. Want in de kelder wist je nooit wanneer het buiten licht of donker was.

Maar de straat was veranderd, heel erg veranderd. Eigenlijk was er geen straat meer maar alleen puinhopen. Mijn mensen besloten om te verhuizen, we zijn naar het theater gegaan

Nadat we daar enkele dagen gewoond hadden, was er op een nacht een ontzettend harde knal, een bom of raket, ik weet niet wat het zijn, maar mensen zeiden dat het een raket geweest is, die op het theater is gevallen. Het verschrikkelijke daarbij is dat mijn mensen zijn dood gegaan en ik ben gewond geraakt, ik heb twee poten gebroken en enkele ribben en ik had erge gaten in mijn lichaam van puin dat op me was gevallen. Mijn mensen lagen wel vlak bij me, maar ik kon er niet naar toe, want ik kon mij ook niet bewegen om aan ze te snuffelen. Maar na verloop van tijd was duidelijk dat ze dood waren want daar roken ze naar. Ik heb gejankt van pijn en frustratie, maar er was zoveel lawaai om me heen van huilende mensen en van mensen die met hun handen op zoek waren naar andere mensen, dat niemand mij heeft gehoord of ook maar heeft opgemerkt. En zo ben ik langzaam gestorven, niet van de dorst, maar aan mijn verwondingen.
Daarna was ik vrij van alle druk op mijn lijf en ben ik ook gaan snuffelen onder het puin, waar ik niet echt last van had. Gelukkig werd ik opgehaald door een …, sorry ik ben zo moe, ik ben in slaap gevallen. Ik kan nu niet meer praten.
Wil je de wereld vertellen over wat er hier gebeurt?
M: Dat zal ik zeker doen. Maar ik voel dat je nog wat wilt vertellen, maar dat je daar een blokkade voor hebt. Durf je het mij te vertellen?
P: Eigenlijk niet, maar ik moet het doen, zoals jij er over moet schrijven. Ik heb gezien hoe mijn lichaam deels onder het puin uitstak en dat andere honden aan mijn dode lichaam hebben gerukt en er delen vanaf hebben getrokken en dat hebben opgegeten. Het zag er afschuwelijk uit om dat te moeten zien, gelukkig was ik al dood naar ik nu weet en voelde ik dus geen pijn. Maar dat wist ik toen nog niet toen ik het zag gebeuren en daarom was ik in een shock.
M: Dat begrijp ik dat zoiets een shock voor je is om te zien. Vermoedelijk heb je nog ergere dingen gezien en ik wil je proberen te helpen over deze trauma’s heen te komen om verder te kunnen gaan met jouw reis en dit afschuwelijke einde van je leven achter je te laten.
P: Goed dat je het zorgvuldig zegt, afschuwelijke einde van mijn leven, want ik heb wel een goed leven gehad. Daar kan ik met plezier op terugkijken, alleen niet op hoe het is geëindigd.
M: Dat begrijp ik. Ik wens je veel sterkte. Wil je nog iets zeggen?
P: Ja, je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk.

Je moet dit verhaal vertellen aan anderen, zodat mensen begrijpen hoe erg dit is, jullie noemen het geloof ik oorlog. Het is onmenselijk

220330